


“Ik was dertien jaar toen ik mijn eerste meerdaagse wandeling deed: dat was een driedaagse tijdens een sportkamp in Frankrijk. Ik dacht dat we op een boerderij in een stal zouden slapen… maar uiteindelijk sliep ik onder de blote hemel op een stenenstrand. Dat voelde toen als puur avontuur. Sindsdien heb ik de smaak te pakken. Meerdaags wandelen heeft iets speciaals: je bent weg van alles, en tegelijk heel dicht bij jezelf.”
Je hoeft niet ver te gaan om groots te beleven. Begin klein en je leert onderweg.
“Begin heel praktisch: hoeveel dagen heb je? Voor een vijfdaagse tocht moet je vaak bijna zeven dagen rekenen, inclusief verplaatsing. Daarna kijk je naar bereikbaarheid: ga je met de auto, trein of vliegtuig? De trein wil ik zelf vaker testen: dat is rustiger en comfortabeler. Ook belangrijk: met wie ga je op pad? Mijn hond Lupo gaat vaak mee. Maar dan moet ik vooraf nadenken: is deze route wel geschikt voor haar? Zit er bijvoorbeeld een stuk in met steile, rotsachtige passages waar ze zich kan bezeren? Of trek ik door een gebied met veel wilde zwijnen, waardoor ze ’s nachts geen oog dichtdoet en constant op haar hoede is? In zo’n gevallen kies ik liever voor een andere route of slaap ik in een B&B.”
“Zonder twijfel; zichzelf overschatten. Ik zie het vaak in de winkel: mensen die de Tour du Mont Blanc willen doen zonder ervaring, zonder goede schoenen… en dan nog in het najaar. Dat is vragen om problemen. Ook onderschatten veel mensen het terrein. Met een zware rugzak voelt alles anders. Dan wordt een rotsblok plots een obstakel.”
“Begin dicht bij huis. Dan kan je makkelijk stoppen als het niets voor jou is. Dit zijn enkele van mijn favorieten:”
“Een meerdaagse tocht begint al weken op voorhand. Ik train vooral mijn core, want rug- en buikspieren zijn superbelangrijk als je een rugzak draagt. Daar voel je het meestal als eerste.”
“Daarnaast test je best je materiaal. Ga wandelen met gewicht in je rugzak. Steek er boeken in als het moet. Dan voel je meteen wat werkt en wat niet.”
“Hoe groter je rugzak, hoe meer je meeneemt. Dat is het gevaar. Daarom werk ik met een simpele methode: een JA-stapel en een MISSCHIEN-stapel. Die tweede laat ik uiteindelijk meestal thuis.”
“Wat er voor mij altijd in die JA-stapel zit? Laagjes kleding, zodat ik me kan aanpassen aan het weer. Een goede slaapzak en slaapmat, en natuurlijk mijn tent als ik ga kamperen. Daarnaast altijd voldoende water en eten voor onderweg.”
“Ik kies bewust voor comfort, niet voor ultralight. Ik wandel met een Kajka 75 van Fjällräven. Mijn rugzak is iets zwaarder, maar robuust. Voor mij is betrouwbaarheid belangrijker.”
“Ik gebruik mijn gsm en mijn sporthorloge, met offline kaarten via Komoot. Maar technologie is niet alles, je moet altijd een back-up hebben, zoals een powerbank en een papieren kaart.”
“Verdwalen hoort erbij. In Duitsland heb ik eens een splitsing gemist en werd mijn tocht ineens acht kilometer langer. Dat gebeurt.”
“Alles smaakt beter onderweg! Ik maak het mezelf graag comfortabel: gevriesdroogde chili con carne in een wrap steken in plaats van uit een zakje te eten. Of ’s avonds warme chocomelk maken.”
“Nog een handige hack: de olie van een blikje sardines gebruiken als lampje. Beetje wc-papier erin en aansteken. Minder afval én licht.”
Om je de beste online ervaring te bieden, maken wij gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Raadpleeg onze cookie policy voor meer informatie. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website om je gepersonaliseerde advertenties buiten de website te tonen. Door “Alles accepteren” te selecteren, ga je hiermee akkoord. Om dit niet steeds opnieuw te vragen, slaan wij je voorkeuren voor het gebruik van cookies voor twee jaar op. Je kan je voorkeuren op elk moment wijzigen via de cookie policy button onderaan alle pagina's.