basket.timer.attention

basket.timer.time.is.running.out

6 Tips voor een roadtrip in het Amerikaanse Westen

In het Westen van Amerika vind je de spectaculairste landschappen ter wereld. Gelukkig voor ons zijn die goed ontsloten voor een avontuur buiten je auto of mobilhome. In het land van de cowboys en Indianen is alles echter anders. Amerikaspecialist en bergwandelgids Jonathan Vandevoorde geeft tips waarmee je avontuur in de Amerikaanse natuur een veilige en onvergetelijke belevenis wordt!

1. Kies de juiste luchthaven(s)

De meeste mensen denken automatisch aan Los Angeles en San Francisco als vertrekpunt voor een reis in het Westen. Het nadeel is dat het populaire, drukke luchthavens zijn en dat je nogal wat afstand moet afleggen vooraleer je in de grote nationale parken bent van pakweg Colorado, Arizona of Utah. Waarom niet vliegen op Las Vegas, Salt Lake City of Denver? En denk aan Seattle of Portland als je van plan bent de noordwestelijke staten te verkennen.
Je kunt ook tijd besparen door op twee verschillende luchthavens te vliegen, bijvoorbeeld heen op Las Vegas en terug vanaf Denver. Je betaalt dan voor de auto of mobilhome meestal een supplementaire drop-off fee, maar de tijdwinst die je eruit haalt maakt veel goed. Je kunt dan immers meer tijd in de natuur doorbrengen. Beter dan op de snelweg, toch?

2. Onderschat de afstanden niet

De Verenigde Staten zijn een groot land, en vooral in het Westen zijn de afstanden niet te onderschatten. En dan ga je onderweg ook nog na elke bocht stoppen om foto’s te maken van alweer een mooier landschap dan het vorige. Voor je het door hebt kom je pas bij zonsondergang op je bestemming aan! Rijden in Amerika is gelukkig heel erg relaxed (en de benzine is ongeveer drie keer goedkoper dan bij ons).

TIP: het is minder vermoeiend om in één dag 500 km af te leggen en dan enkele dagen vanuit één standplaats dingen te ondernemen, dan elke dag 300 km te rijden naar een nieuwe plek.

3. Reis buiten het zomerseizoen

Het klinkt gek, maar in de heetste periode – van half juli tot half augustus – heerst in het Westen het zogenaamde ‘monsoon season’ of regenseizoen. In de namiddag kunnen dan heftige onweersbuien ontstaan met een snelle temperatuurdaling en zelfs hagelbuien tot gevolg. De zomer is sowieso de minst gunstige periode om er te reizen. Accommodaties en vluchten zijn dan ook duurder.


Reis je toch in juli of augustus? Blijf dan weg van ondiepe of droogstaande beken en rivieren, zoals in canyons. Flash floods kunnen bij een onweersbui stroomopwaarts verrassend snel opkomen en sleuren alles en iedereen met zich mee. Lees daarom altijd de flash flood warnings op de bordjes en houd het lokale weerbericht in de gaten! Helaas verdrinken er bijna elk jaar toeristen door flash floods, zoals afgelopen zomer weer in Zion National Park.


Een ander risico in de zomer is blikseminslag. In Bryce Canyon slaat de bliksem zelfs meer dan 2.000 keer per jaar in! De beste periodes om in het Westen te reizen zijn mei tot half juni en half september tot eind oktober: het weer is dan helder en stabiel, het is niet heet, en in de parken en accommodaties is het ook merkbaar minder druk. Oktober is verreweg de mooiste maand: niet te warm en met prachtige herfstkleuren!

4. Kamperen?

Kamperen in een nationaal park is een prachtige natuurervaring en helemaal niet duur. Vooraf reserveren is in de grote parken aan te raden voor de periode half mei t/m september. Dat kan online (eerst gratis registreren). Betalen doe je online met een credit card. Er zijn buiten de parken echter ook honderden zgn. ‘recreation areas’ waar je dan kunt kamperen of staan met je mobilhome (‘RV’ genaamd, recreational vehicle).


In het voor- en naseizoen is reserveren niet altijd mogelijk en ook niet nodig. Hier wordt het principe “wie het eerste komt, eerste maalt” gehanteerd. De periodes verschillen per park. Zelfregistratie bij de ingang is dan verplicht. Betaling gebeurt cash in een daartoe bestemde envelop die in een bus gedropt wordt, maar waarop je ook eventueel je creditcard gegevens kunt invullen. Voor dit soort terreinen geldt dat de sanitaire voorzieningen proper maar spartaans zijn, meestal zonder douches.
Buiten de parken zijn er ook tal van privé-kampeerterreinen. Daarnaast zijn er hotel- en motelkamers. In het hoogseizoen kun je die in de buurt van de bekende parken best van te voren reserveren.

5. Ga voorbereid de natuur in

Ga je in de natuur op stap, wees dan altijd voorbereid op een extreem klimaat en plan je activiteiten zorgvuldig. Check vooraf het weerbericht en vraag om advies over je plannen bij een ranger. Zet een petje op en gebruik zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor. Hou je eerder van korte uitstapjes? Plan die dan in de (koelere) ochtend. ‘s Namiddags kun je beter in de verkoelende airco van je auto zitten, onderweg naar je volgende bestemming.


Houdt er ook rekening mee dat je door de grote hoogte (Grand Canyon: 1.800 meter, Bryce Canyon: 2.500 meter!) en de droge lucht nauwelijks zweet: je verdampt, waardoor de kans op uitdroging niet klein is. Neem altijd drie tot vier (!) liter water mee per dag (gebruik desnoods een waterfilter) en registreer vooraf altijd wat die dag je plannen zijn. Dat doe je bij het ranger office, in je hotel of waar dan ook. Zolang iemand maar weet wanneer je verondersteld wordt terug te zijn. Blijf je te lang weg, dan worden de reddingsdiensten ingeschakeld.

6. Wildlife

In Amerika wemelt het van de wilde dieren: herten, vossen, wasbeertjes, eekhoorns, chipmunks, tarantula’s (ongevaarlijk!) en arenden zul je waarschijnlijk meermaals tegenkomen, vooral ’s ochtends en ‘s avonds. Een ontmoeting die je liever niet live meemaakt, is met een beer.
Beren zijn niet agressief naar mensen toe, maar ze zijn wel geïnteresseerd in alles wat lekker ruikt, zoals eten, afval maar ook tandpasta of je deo-stick! Praat je veel of maak je lawaai, dan vlucht een beer nog voordat je hem zelf gespot hebt. Kom je er toch een tegen, zwaai dan met je armen of een stok en schreeuw heel hard; de beer zal wegrennen. Benader nooit een moederbeer die jonkies heeft en ren NOOIT zelf weg van een beer!


Aanvallen op mensen zijn gelukkig heel erg zeldzaam. De kans dat je sterft door een bijensteek is veel groter. Ga je kamperen, dan ben je verplicht om alle welriekende spullen in een ‘bear proof’ kastje te stoppen – elke standplaats heeft er een – of een bear cannister te huren.
In het Westen komen ook slangen voor, vooral de ratelslang. Hier geldt dezelfde regel als bij beren: laat het dier met rust, het zal vluchten, tenzij je erop gaat staan. Een oude ‘woestijnregel’ van de cowboys is daarom: loop nooit achteruit, want dan zie je niet waar je je voeten neerzet. Wijze woorden voor als de Amerikaanse natuur roept!