
De Faeröer-eilanden liggen als groene stippen in de uitgestrekte Noord-Atlantische Oceaan, tussen Schotland en IJsland. Hier regeert de natuur: steile kliffen duiken loodrecht de oceaan in, watervallen storten zich in zee en schapen balanceren moeiteloos op hellingen waar je zelf nauwelijks durft recht te staan.
Het weer verandert er sneller dan het licht. Mistflarden schuiven over bergkammen, wolken kleuren de lucht in vijftig tinten grijs tot de zon plots doorbreekt. Juist die grilligheid maakt deze archipel zo magisch. De pure pracht van de Faeröer-eilandengroep toont zich aan jou wanneer ze dat wil. Maar wat je te zien krijgt als het weergordijn zich opent, is onwaarschijnlijk mooi.
Deze iconische rood-witte vuurtoren trotseert sinds 1927 de ruige krachten van de Noord-Atlantische Oceaan. Hij staat op het eiland Kalsoy, waar steile kliffen en smalle bergkammen zorgen voor een wandeling met wow-factor. Fans van 007 zullen dit decor ongetwijfeld herkennen: James Bond schreef hier filmgeschiedenis in No Time to Die.
Vogels zijn dol op de kliffen van de Faeröer, met als publiekslieveling de fotogenieke papegaaiduikers. Jaarlijks komen ze met miljoenen tegelijk op bezoek. Ze leggen hun ei, broeden het uit en vliegen weer weg. Van eind april tot begin september is dit dé plek om ze te spotten.
Hier voelt het alsof je een fantasiewereld binnenstapt. Heldergroene grasvlaktes strekken zich uit tot aan de rand van de kliffen, waar een waterval recht de oceaan in stort. Op de achtergrond schuiven lage wolken langs ruige rotswanden en verandert het licht elke minuut.
In hoofdstad(je) Tórshavn wonen ongeveer 20.000 mensen, samen goed voor 40% van de Faeröerse bevolking. De steegjes tussen de rood en zwart geverfde woon- en pakhuizen zijn uitnodigend. Op zondag lopen er opvallend veel mensen in piekfijne, traditionele kleding.
In het noordwesten van het grootste eiland Streymoy vind je het dorpje Saksun. Een stille plek met een eenvoudig wit kerkje boven een lagune met zwart zand, omringd door 19de eeuwse huisjes met grasdaken. Hier wonen amper 35 mensen. Wie stilte zoekt, vindt ze hier in haar puurste vorm.
De zee bepaalt hier het menu. Vis, schaaldieren, zeewier en wilde kruiden belanden hier vers op je bord. Al generaties lang worden vis en vlees gedroogd en gefermenteerd, een traditie die diep verankerd zit in de eetcultuur. Denk aan klassiekers als ræstur fiskur (gefermenteerde vis) en ræst kjøt (gedroogd schapenvlees).
• In restaurant Katrina Christiansen kom je samen voor een gezellige Sunday roast: lamsgebraad met bijgerechtjes, op de wijze van een Faeröerse oma.
• Voor gefermenteerde gerechten moet je bij Raest zijn. Kies je voor de Skerpi-experience, dan ga je voor een onvergetelijke ervaring: een mobiele mini-versie van het restaurant parkeert middenin de ongerepte natuur, om jouw smaakbeleving een extra dimensie te geven.
• Bij KOKS staan 2 Michelin-sterren op de deur te schitteren. En op je bord? Veel moois uit de zee: gerechten die uitblinken in eenvoud en originaliteit.
Wil je wandelen, fietsen of vogels spotten? Dat doe je het best in de zomermaanden, tussen mei en september. Dan is de kans op helder weer het grootst en je geniet van aangename temperaturen rond de 10 tot 13 °C. Ook het daglicht is meer dan welkom: tot wel 19 uur. Ter vergelijking: in de winter moet je het doen met slechts 5 uur licht per dag. Maar ook dan blijft de natuur indrukwekkend.
Als je het ons vraagt, blijf je het liefst eindeloos genieten van de pracht van de eilanden. Maar praktisch gezien ontdek je de highlights in 4 tot 7 dagen. Trek je er graag op uit voor langere, avontuurlijke wandelingen, dan plan je best een paar extra overnachtingen in.
In Tórshavn vind je de meeste hotels. Dankzij de centrale ligging op Streymoy, het grootste eiland, kan je alle kanten uit. Het is bovendien de ideale uitvalsbasis om de ferry te nemen naar het zuidelijk gelegen eilandje Sandoy en verder naar Suðuroy. Daar wachten hoge kliffen, fotogenieke dorpjes en een sfeer die aanvoelt als een wereld op zichzelf. Zeker Hvannhagi is de moeite waard: een rond meer in een diep dal met intens groen gras, omringd door torenhoge rotsformaties. Alsof je midden in een filmdecor staat.
Verder is Klaksvík de tweede grootste stad van de Faeröer en een perfect vertrekpunt voor de noordelijke eilanden. Vanaf Borðoy kan je eenvoudig eilandhoppen, waarbij elk eiland verrast met eigen, spectaculaire landschappen, het ene nog ruiger dan het andere.
De Faeröer-eilanden hebben een eigen luchthaven, Vágar, en een nationale luchtvaartmaatschappij, Atlantic Airways. Vanuit Parijs vlieg je rechtstreeks.
Heb je meer tijd? Dan kan je met de auto en ferry op pad. Je rijdt dan naar Hirtshals in Denemarken (net geen 12 uur rijden), waar je de auto op de ferry parkeert, die je vervolgens in 36 uur naar Tórshavn brengt.
Reis je graag zo duurzaam mogelijk? Ga dan met de trein vanaf Brussel-Zuid of Amsterdam naar Hirtshals en stap daar de ferry op.
Ben je met de auto gekomen, dan kan je daar perfect mee rondrijden. Je kan er ook voor kiezen om ter plaatse een auto te huren. De wegen zijn in goede staat, maar hou wel rekening met schapen die zich zowel op als naast de weg thuis voelen.
Een voordelig alternatief is het openbaar vervoer. Met de Travel Card reis je tot 7 dagen onbeperkt met bussen en ferry’s, die op de Faeröer-eilanden uitstekend geregeld zijn. Bekijk vooraf gerust de verschillende routes en dienstregelingen.
• Water- en winddichte jas: het weer kan elk moment omslaan.
• Stevige wandelschoenen: veel hikes gaan over nat gras en rotsachtige paden.
• Warme laagjes kleding: zelfs in de zomer blijft het fris.
• Muts en handschoenen: geen overbodige luxe bij stevige wind.
• Camera met bescherming: mist en opspattend zeewater zijn hier dagelijkse kost.
• Verrekijker: ideaal om papegaaiduikers en zeevogels te spotten.
Ze behoren officieel tot het Koninkrijk Denemarken, maar hebben een hoge mate van zelfbestuur. De Faeröer-eilanden maken geen deel uit van de Europese Unie.
Op straat zal je er zowel het Deens als het Faeröers horen. Die laatste stamt af van het Oudnoors. Maar geen nood, ook als je de taal van de Vikingen niet beheerst kan je met het Engels bijna overal terecht.
Net zoals in andere Scandinavische landen zijn de gemiddelde prijzen op de Faeröer-eilanden hoger dan in België en Nederland. Gelukkig kan je je reis betaalbaar houden door bijvoorbeeld zelf te koken of te overnachten in hostels of op campings. En al die prachtige wandelingen kosten natuurlijk niets … maar zijn wel onbetaalbaar!
Nee, euro’s worden niet aanvaard. De Faeröer-eilanden hebben hun eigen munteenheid, de Faeröerse kroon. De waarde ervan staat gelijk aan de Deense kroon. Deense biljetten worden ook geaccepteerd, en in veel winkels is het ook mogelijk om met kredietkaart te betalen. Servicekosten zijn steeds inbegrepen, dus fooi geven is niet gebruikelijk.
De toeristenbelasting bedraagt 20 DDK per nacht, ongeveer € 2,70.
De Faeröer zijn een zeer veilige reisbestemming. De eilanden hebben lage criminaliteitscijfers, het kraanwater is drinkbaar en de gezondheidszorg is uitstekend. De enige onvoorspelbare factor is het weer dat snel kan omslaan. De wind, regen of mist kan plots komen opzetten. Luister dus altijd naar de lokale waarschuwingen.
Wij maken gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website. Als je op “accepteren” klikt, ga je hiermee akkoord. Je kan voorkeuren ook wijzigen en wij slaan jouw keuze twee jaar op. Direct je keuze wijzigen? Dat kan via de cookie policy button onderaan alle pagina's.