
Het idee kwam van haar nicht: “Zeg, er is een nachttrein richting Duitsland. Wat als we van daaruit naar Praag wandelen?” Voor Inge was het meteen raak. Niet alleen het wandelen, maar ook het slow travel-principe sprak haar aan.
“Ik ben een avonturier op sloffen,” lacht ze. “Avontuur, ja. Maar wel op een manier die bij mij past.” Wandelen speelt daarin een hoofdrol. Niet snel, wel bewust. “Ik ben niet supersportief, maar dat hoeft ook niet om te wandelen. Ik stap traag, op ’t gemak en ik stop graag om rond te kijken of een babbeltje te doen. Wandelen moet geen prestatie zijn.”
“Mijn rugzak ging hier thuis aan de voordeur al op mijn schouders. Te voet naar het station en dan via Antwerpen de nachttrein op naar Bad Schandau. De reis begon dus echt vanaf het moment dat ik buitenstapte.”
Tsjechië voelde als een veilige en haalbare bestemming, perfect voor twee vrouwen die samen op pad wilden, mét rugzak maar zonder extreme risico’s. Ideaal om natuur en kleine dorpen te combineren. “Ik wandel graag lang door bossen, en dan aankomen in een dorpje. Dat gevoel van: wie ga ik hier tegenkomen? Dat vind ik heerlijk.” En Praag? Dat was een fijne stip aan de horizon.
“Dát is reizen voor mij: onderweg beslissingen nemen, flexibel zijn en mild blijven voor jezelf.”
Inge
De tocht startte in Bad Schandau, aan de rand van het Elbezandsteengebergte. Eerst door Saksisch Zwitserland, daarna het Tsjechische deel: Boheems Zwitserland (České Švýcarsko). Een regio vol loofbossen, zandstenen rotsformaties en stille paden. “We zochten bewust waar het op de kaart het groenst was. Niet de kortste weg, wel de mooiste.”
De oorspronkelijke planning telde 117,6 km, verdeeld over zes wandeldagen. In de praktijk werd dat iets anders. Alleen de eerste en laatste dag wandelden ze volledig; de andere etappes werden ingekort met bus of trein. “We hadden onszelf overschat en de hoogtemeters onderschat,” lacht Inge. “Maar dat was oké. Elke avond bekeken we opnieuw: wat lukt morgen, en waar moeten we bijsturen? Dàt is reizen voor mij: onderweg beslissingen nemen, flexibel zijn, en mild blijven voor jezelf.”
De landschappen maakten indruk: eindeloze bossen, indrukwekkende rotsformaties en wandelpaden waar ze soms urenlang niemand tegenkwamen. Enkel in het Duitse deel werd het even drukker, op een toeristisch stuk met trappen, uitgehouwen in steen.“En toch vond ik dat ook fijn: ineens kwamen we andere mensen tegen, Belgen zelfs, en deden we een babbeltje onderweg. Dat contrast tussen stilte en ontmoeting vond ik mooi.“
Fysiek werd het pittig tijdens lange afdalingen. Met een rugzak van zo’n tien kilo en een gezonde portie hoogtevrees was dat soms echt op de tanden bijten. “Op een bepaald moment voelde ik: dit wordt te veel. Dan is het geen falen om te zeggen: we nemen nu de bus. Dat is juist goed zorgen voor jezelf.“
Die flexibiliteit bracht onverwachte cadeaus met zich mee: een treintje waar de machinist gewoon mee in de wagon zat, gesprekken voeren met handen en voeten, en het plezier van samen oplossingen zoeken. En ’s avonds? “Comfortfood, een warme douche en vroeg in bed. Heerlijk.”
• Beste periode: late lente of zomer
• Tempo: gemiddeld ±18 km per dag, maar flexibiliteit is cruciaal
• Overnachting: kleine hotels en pensions, vooraf opgezocht via Google Maps
• Eten & drinken: regelmatig dorpjes onderweg voor koffie en lunch
• Bereikbaarheid: nachttrein richting Duitsland, lokaal openbaar vervoer om wandelingen in te korten waar nodig
“Als ik het opnieuw zou doen, plande ik minder kilometers. Verder was de reis perfect.”
Inge
Inge en haar nicht wandelden zes dagen van Bad Schandau naar Mělník, om van daaruit de trein naar Praag te nemen. De oorspronkelijke planning telde 117,6 km, maar onderweg werd die route aangepast. “We hebben enkel de eerste en de laatste dag volledig gewandeld,” vertelt Inge. “De andere etappes hebben we ingekort.”
• Bad Schandau – Sebnitz (12,7 km)
• Sebnitz – Česká Kamenice (26,3 km)
• Česká Kamenice – Česká Lípa (20,6 km)
• Česká Lípa – Dubá (24,3 km)
• Dubá – Kokořín (17 km)
• Kokořín – Mělník (16,7 km)
Inge gebruikte Komoot om hun route te plannen. “In die app kan je je wandelniveau aangeven. Blijkbaar stond dat bij ons oorspronkelijk te zwaar ingesteld, dus hebben we dat onderweg aangepast. Elke avond bekeken we opnieuw: hoe zwaar wordt het morgen? Gaan we shortcuts nemen? Die flexibiliteit vonden we goud waard: plannen, voelen, aanpassen… Dat is voor mij écht reizen: gaandeweg je plan trekken en je plannen omgooien waar nodig.”
Voor Inge hoort bij een wandelreis ook het juiste materiaal. “Als ik stap, wil ik comfortabel kunnen wandelen. Goed materiaal is geen luxe, het geeft rust in je hoofd.”
• Goede wandelschoenen: “Dalen is soms lastiger dan stijgen, dus grip en comfort zijn echt essentieel.”
• Rugzak: “Inhoud rond de 40 liter is ideaal. Niet te groot, anders neem je te veel mee.”
• Regenjas: “Niet alleen tegen regen, ook tegen wind.”
• Extra sokken: “Natte voeten zijn een mentale killer.”
• Snacks: “Voor energie, maar ook voor gemoedsrust onderweg.”
• Powerbank: “Voor navigatie met Komoot én voor foto’s, want dit wil je onthouden.”
Wij maken gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website. Als je op “accepteren” klikt, ga je hiermee akkoord. Je kan voorkeuren ook wijzigen en wij slaan jouw keuze twee jaar op. Direct je keuze wijzigen? Dat kan via de cookie policy button onderaan alle pagina's.