
“De eerste keer dat ik in een tent sliep bij min twintig dacht ik oprecht: dit overleef ik niet. En toen ik ’s ochtends wakker werd, dacht ik: ‘hé, ik leef nog’. Dat gevoel, dat je iets overwint, is enorm sterk.”
“Dat was ook het moment waarop ik merkte dat die leegte, stilte en kou mij rust brachten. Je wordt daar teruggeworpen op de essentie. Geen afleiding, geen comfort dat vanzelfsprekend is. Alles wat werkt, moet je zelf doen. En precies dat maakt het zo verslavend.”
“Dat het niet draait om afzien, maar om slim zijn. Veel mensen denken dat kou vooral een kwestie is van doorbijten. Maar wie dat doet, maakt fouten. Kou vraagt om rust, ritme en nadenken.”
“Wat ook vaak onderschat wordt, is hoe snel je nat kunt worden. Zweten is gevaarlijk. In een droge kou bevriest vocht meteen, en dan krijg je het niet meer warm. Daarom zeg ik altijd: de grootste vijand in de kou ben je vaak zelf.”
“Mentale voorbereiding is minstens zo belangrijk als materiaal. Je moet accepteren dat dingen trager gaan. Alles kost meer tijd: aankleden, koken, bewegen. Als je dat niet accepteert, ga je forceren.”
“Ik probeer mensen ook duidelijk te maken dat stress geen plaats heeft in de kou. Als iets niet lukt, stop je even, denk je na en pas je aan. Die rust in je hoofd, die neem je later ook mee naar het dagelijkse leven.”
“Eten, drinken en bewegen. Dat is mijn heilige drie-eenheid. Bij echte kou werkt dat altijd. Elk uur bewegen, iets eten, iets drinken, en weer door.”
“Ik heb het zelf ervaren: het stemmetje in je hoofd dat zegt ‘ik wandel wel warm’ is niet je vriend. Als je twijfelt, stop je beter. Extra laagje kleding aan, iets eten. Wie dat negeert, glijdt langzaam af, en dat merk je vaak te laat.”
“Je hoeft er niet uit te zien als een Michelinmannetje om warm te blijven. Slim kleden is belangrijker dan veel kleren. Ik kleed me altijd in lagen. Een goede baselayer in wol of synthetisch, nooit katoen. Katoen houdt vocht vast en dan koel je af. When you’re wet, you’re dead, zeg ik wel eens.”
“Daarboven een isolatielaag en een winddichte jas. Niet te strak, want lucht is isolatie. En ik vertrek altijd een beetje fris. Comfortably cold. Na tien minuten bewegen ben je warm, zonder te zweten.”
“Je hoeft er niet uit te zien als een Michelinmannetje om warm te blijven. Slim kleden is belangrijker dan veel kleren.”
Henk-Jan Geel
“Ik neem niets mee zonder reden. Alles moet comfort brengen in het ongemak, en liefst meerdere functies hebben. Na elke expeditie herbekijk ik mijn paklijst: wat ik niet gebruikte, gaat eruit.”
“Een goed voorbeeld zijn bamboestokken. Die gebruik ik als tentharingen in de sneeuw. Ze zijn licht, goedkoop en blijven perfect zitten. En als het ’s nachts sneeuwt, zie ik ze ’s ochtends nog uit de sneeuw steken. En ook simpele dingen zoals een borstel om sneeuw van je kleding te vegen, zodat je tent langs binnen niet nat wordt, maken een wereld van verschil.”
“Orde. Alles heeft een vaste plek. In mijn zakken, in de tent, in de slee. Mijn hoofdlamp ligt altijd bij mijn schouder. Ik vind die blind terug, ook in het donker. Orde geeft rust, en rust is veiligheid.”
“Ik heb ooit een vrouw in de groep gehad die onderkoeld raakte. Niet door één grote fout, maar door te weinig eten en langzaam energie verliezen. Dan moet ik directief zijn: Actie! Droog shirt aantrekken, warme chocolademelk drinken, suiker eten, en meteen de slaapzak in om niet verder af te koelen. Vervolgens blijf ik monitoren en bijsturen waar nodig. Na een uur ging het beter. Dat moment heeft me nog scherper gemaakt: je moet sneller ingrijpen dan je denkt.”
“Begin klein. Ga winterkamperen in de Ardennen op een natte decemberdag. Vind je dat verschrikkelijk? Dan hoef je echt geen week naar Lapland.”
“En koop niet meteen alles nieuw. Kijk wat je al hebt, leen of huur materiaal. Je leert pas wat je nodig hebt door ervaring.”
“Breng ritme in alles wat je doet. Sta op met een plan, beweeg met een ritme, eet met een ritme, en ga slapen met een vaste routine.”
“De kou is niet je vijand. Ze dwingt je om na te denken over wat écht nodig is. En als je dat begrijpt, ontdek je dat leven met minder juist heel rijk kan zijn.”
Volgens Henk-Jan draait het niet om veel meenemen, maar om slim kiezen. Dit zijn de items die voor hem écht onmisbaar zijn op expeditie:
• Een goed lagensysteem: “Een baselayer in merinowol of synthetisch (nooit katoen), een fleece of donsjas als isolatielaag en een winddichte jas. Zo blijf je warm zonder te zweten.”
• Arctic bedding: “Slaapzak, matje en kussen gaan als één pakket op de slee, in één hoes, een compleet slaapsysteem. Zo hoef je nooit je matje op te rollen of je slaapzak in een zakje te proppen. Dat bespaart tijd, energie en koude handen bij het opzetten en afbreken van je kamp.”
• Drinkflessen met een brede draaidop: “Heet water is drinken, warmte en comfort in één. Draaidoppen bevriezen niet en gaan niet stuk. Bovendien kan je nootjes en andere snacks daarin bewaren en rechtstreeks in je mond gieten zonder te klungelen met verpakkingen en handschoenen.”
• Energierijke snacks: “Noten, chocolade en repen. Ik brokkel ze in stukjes in mijn Nalgene-drinkfles en eet er elk uur van. Eten is brandstof, geen luxe, zeker bij extreme kou.”
• Een horloge: “Essentieel om het ritme van bewegen en pauzes te bewaken. In de kou loopt een groep altijd op het tempo van de laatste.”

Wij maken gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website. Als je op “accepteren” klikt, ga je hiermee akkoord. Je kan voorkeuren ook wijzigen en wij slaan jouw keuze twee jaar op. Direct je keuze wijzigen? Dat kan via de cookie policy button onderaan alle pagina's.