10 vragen aan Titus De Voogdt over podcast ‘Weg van Nowak’ header image

10 vragen aan Titus De Voogdt over podcast ‘Weg van Nowak’

Gepubliceerd vr 12 jun
Titus De Voogdt fietste met Tom Ysewijn en Jeroen Franssens 2.200 kilometer door Namibië en Angola, in het spoor van de Poolse reiziger Kazimierz Nowak. Voor de podcast ‘Weg van Nowak’ werd een historisch verhaal een echt avontuur.

Titus De Voogdt

•    Acteur, theatermaker en podcastmaker
•    Had voor deze tocht geen ervaring met fietsreizen: “Ik fietste om boodschappen te doen en mijn kinderen ergens heen te brengen.”
•    Houdt van vissen, koken en dingen maken
•    Volg de podcast via @nowak_podcast


Over de podcast ‘Weg van Nowak’

‘Weg van Nowak’ is een avontuurlijke podcast met een stevige dosis geschiedenis en actualiteit. De reeks volgt het spoor van Kazimierz Nowak, een Pool die in de jaren 30 met de fiets door Afrika trok. Op zeker moment begaf zijn fiets het en moest hij te paard verder: dat heeft hem altijd dwarsgezeten.

Daarom besloten Titus De Voogdt, Tom Ysewijn en Jeroen Franssens om dat stuk voor hem te fietsen, in een poging om de cirkel rond te maken. Het resultaat: een tocht van 2.200 kilometer door Namibië en Angola, en een podcast in 8 afleveringen.


1. Wanneer dacht jij: dit verhaal móéten we vertellen?

“Dat begon met het boek Alleen door Afrika van Tom Ysewijn. Iemand duwde mij dat in handen en zei: ‘Dit moet je lezen, dat is iets voor u. En ge moet daar iets mee doen.’ Eerst dacht ik aan theater, maar toen ik Tom ontmoette, besloten we dat een podcast een beter idee was.

Oorspronkelijk begonnen we aan een podcast die grotendeels vanuit de studio verteld zou worden, een soort mozaïek van gesprekken over Afrika, kolonialisme en avonturiers. Tot we voor research naar Polen trokken, de thuisbasis van Nowak. Daar kwamen we op het spoor van zijn archief: duizenden brieven aan zijn vrouw. Ineens leerden we hem niet alleen als reporter, maar ook als mens kennen. Dat was alsof de grot van Ali Baba openging.”


2. Waarom wilden jullie het verhaal niet gewoon vertellen, maar ook zelf fietsen?

“In die brieven en op zijn kaarten ontdekten we dat er een stuk was dat Nowak niet had kunnen fietsen. Zijn fiets was kapot, dus hij heeft dat traject te paard gedaan. Toen heb ik gezegd: ‘Dan fietsen wij dat stuk voor hem.’”

“Eerst leek alleen Namibië haalbaar. Angola leek te gevaarlijk. Maar hoe meer we research deden, hoe meer we dachten: misschien kan het toch. En op den duur waren we niet meer tegen te houden. Een jaar later zaten we op het vliegtuig, met onze fietsen.”

Veel mensen zeiden: doe dat niet. Daar is geen water, geen winkels, geen eten, geen infrastructuur. Ge gaat bestolen worden, ontvoerd misschien. Maar hoe vaker ze dat zeiden, hoe meer goesting wij kregen. Niet omdat we roekeloos wilden zijn, maar omdat je voor een podcast natuurlijk iets interessants wil meemaken. We wilden alle drie écht op avontuur. We wilden gewoon vertrekken, zonder camera en jeeps achter ons, maar met weinig technische middelen en veel vrijheid.”


Twee fietsers duwen bepakte fietsen over een rode zandweg in droog landschap.

3. Wie was Kazimierz Nowak volgens jou?

“Hoe meer we zijn brieven lazen, hoe menselijker hij werd. We hebben die brieven voorgelezen op de plekken waar hij ze zelf schreef, om zo dicht mogelijk bij hem te komen.

Maar eerlijk? Ik denk niet dat ik graag een pint met hem was gaan drinken. Of een eindje met hem had gefietst. Hij moet een enorme einzelgänger geweest zijn. Iemand die vooral geïnteresseerd was in natuur, alleen zijn en kijken met eigen ogen.

Tegelijk was hij heel rechtschapen. Hij trok naar Afrika om de kolonies te zien, maar hij begon al snel kritisch te schrijven over kolonialisme en over hoe zwarte mensen behandeld werden. Dat maakt hem interessant: hij is geen gladde held, maar een mens vol vragen. En hoe beter we hem leerden kennen, hoe beter we begrepen waarom hij misschien niet naar huis wilde. Maar voor dat verhaal moet je de podcast luisteren.”


Met de fiets ga je snel genoeg om vooruit te raken, maar traag genoeg om het land en de mensen te leren kennen.

Twee beelden: fietstocht op asfaltweg en tenten bij een gebouw met rode daken.

4. Wat doet reizen per fiets met een verhaal?

“De fiets was voor mij dé ontdekking van deze reis. Dat is de perfecte snelheid. Je gaat snel genoeg om vooruit te raken, maar traag genoeg om het land en de mensen te leren kennen. Die fiets opende deuren. Als we daar met een jeep en een daktent waren aangekomen, hadden we nooit dezelfde ontvangst gekregen. Nu stonden we daar met onze fietsen. Vaak hadden die mensen nog nooit een fiets gezien, laat staan een toerist op de fiets. Hun mond viel open. En als we dan ook nog probeerden een mondje Portugees te praten en zeiden dat we graag met hen wilden praten, dan ging er iets open. Zeker in Angola voelen veel mensen zich vergeten door de rest van de wereld. Als je dan daar komt om naar hen te luisteren, dan gebeurt er iets.”


5. Hoe bereid je je voor op 2.200 kilometer fietsen door Namibië en Angola?

“We hebben vooraf met veel mensen gepraat. Met avonturiers, Afrika-kenners, langeafstandsfietsers, een professor tropische geneeskunde. Sommige tips waren groot en nodig: welke vaccinaties heb je nodig, waar vind je water, wat doe je bij hondsdolheid? Andere tips waren heel concreet. Ik vroeg een ervaren fietser: ‘Wat moet ik weten voor mijn eerste fietsreis?’ En hij zei: ‘Zorg dat je iets hebt om aan uw gat te smeren.’ Dat klinkt onnozel, maar het zijn wel de dingen die het verschil maken.”

“Fysiek heb ik mij voorbereid door tijdens mijn theatertoer naar elke zaal te fietsen. Maar dat is niet hetzelfde als gravelbanen in Afrika, hitte en te weinig water. De eerste weken hebben we afgezien.”

“Wat wel goed was: ik had mijn fiets getest, met en zonder bepakking. Een paar honderd kilometer, om te voelen of mijn zadel goed stond, of mijn fietsbroek goed zat, of mijn bagage bleef hangen. Dat zou ik iedereen aanraden: vertrek niet zomaar. Test je gerief voor je op reis vertrekt.”


Kudde runderen blokkeert een zandweg terwijl een fietser met reisfiets stopt.

6. Op welk moment voelde de tocht voor het eerst als écht avontuur?

“Eigenlijk vanaf dag één. Maar de grens met Angola oversteken, dat was wel een kantelpunt. In Namibië voelden we ons nog een beetje beschermd. We sliepen bij blanke boeren, mensen wisten ongeveer waar we waren. Angola was een andere wereld. We spraken slecht Portugees, kenden de gewoontes niet en niemand wist nog echt waar wij zaten. Toen dachten we: oké, nu begint het echt.

Avontuur zat niet alleen in gevaar. Op een bepaald moment kwamen we op een verlaten plek met een soort apenrots, zoals in The Lion King. We keken uit over het landschap en zijn daar drie dagen gebleven. Om uit te blazen, aan de podcast te werken en gewoon even te zijn. Dat voelde alsof we alleen op de wereld waren.

Avontuur hoeft ook niet altijd groots te zijn. Het kan ook een grenspost zijn waar je uren moet wachten, een stad waar je niet weet waar je moet zijn of een gesprek dat je niet had gepland. Of mannen met kalasjnikovs die je plots beginnen te ondervragen, dat helpt ook wel.”


7. Welke ontmoeting onderweg vergeet je nooit meer?

“Er zijn er veel. Maar ik denk meteen aan het vluchtelingenkamp in Namibië. We kennen vluchtelingenkampen uit het nieuws, maar binnenstappen in zo’n kamp is iets anders. Ik dacht dat we in een soort vagevuur terecht zouden komen, met gevaar, ziektes en diefstal. Maar dat was het niet. Er was water, eten en onderwijs. Tegelijk was het natuurlijk een openluchtgevangenis. Sommige mensen woonden daar al tien jaar. Sommige jongeren waren er geboren en hadden nooit iets anders gekend. Het strafste was dat het kamp beter georganiseerd leek dan veel dorpen die we onderweg zagen. Maar de prijs daarvoor was vrijheid, want die mensen konden nergens heen.”


8. Was er een moment waarop je dacht: waar zijn we aan begonnen?

“Elke dag en nooit. Hoe meer verbazing, hoe meer avontuur. We hebben nooit gedacht: dit hadden we beter niet gedaan, maar er waren wel momenten waarop we voelden: oké, dit is serieus.

Water was de grootste uitdaging. Als we water vonden, namen we vaak veel te veel mee. Dan reden we met een belachelijk zware fiets. Maar een paar keer zijn we ook echt bang geweest dat we niets meer gingen vinden. In Angola dronken we soms uit rivieren. Dan moesten we het water eerst koken of zuiveren.

De hitte hakte er ook in. Je leert snel dat je niet zomaar moet blijven rijden omdat er nog kilometers op de planning staan. Om de tien kilometer stoppen, even onder een boom gaan zitten, af te koelen en iets te eten. En vooral: vroeg vertrekken. Niet om 9 uur, maar om 5.30 uur. Dan is het minder heet en heb je vanzelf minder water nodig.

Slapen deden we waar het kon, maar ook dat moet je vragen. Elk stuk land is van iemand, zelfs als het leeg lijkt. Bovendien wil je je tent ook niet op een landmijn zetten. Dus vroegen we altijd aan iemand: ‘Mogen we hier staan?’ Mensen wees die ons dan een plek aan of waarschuwde die ons ergens voor.”


Twee beelden: fietsers pauzeren naast een gebouw en zonsondergang tussen bomen.

9. Welke scène is jouw favoriet uit de podcast?

“Dat is alsof ik tussen mijn dochters moet kiezen…(lacht) Maar ik denk aan die apenrots. Vlakbij woonde een groep kinderen, zonder volwassenen. De oudste was misschien twaalf, de jongste vier. De oudste zorgde voor de rest.

We zijn daar drie dagen gebleven. Met de kinderen praten lukte niet, want we spraken elkaars taal niet. Maar we voelden dat we daar mochten zijn, want ze brachten brandhout voor ons vuur. Op een avond kwamen ze dichterbij zitten en begonnen ze te zingen. Wij zongen mee. Omdat we niets anders wisten, begonnen wij ‘Vrolijke vrienden’ te zingen. En zij zongen met ons mee.

Misschien lopen er vandaag dus kinderen in Angola rond die Vlaamse kampvuurliedjes kennen. Dat moment had geen doel: we waren niet aan het interviewen, we moesten nergens geraken, we zaten daar gewoon. Het was een Afrikaanse nacht, met een grote maan en talloze sterren, een kampvuur dat flakkerde en kinderen die zongen. Dat was misschien wel het mooiste.”


Je hebt niet veel nodig. Je moet het niet ver zoeken. En het moet niet snel gaan.

10. Wat heeft deze reis veranderd aan jouw idee van avontuur?

“Gek genoeg: dat je niet ver weg moet. Wij wilden natuurlijk zo ver mogelijk van de platgetreden paden gaan. Maar je hoeft niet naar Angola om avontuur te vinden.

Pak je fiets en rij twee dagen naar Scherpenheuvel. Zet onderweg je fiets tegen de muur van een café en praat met iemand. Misschien maak je daar iets mee dat je bijblijft. Avontuur ligt achter elke hoek.

Wij hebben misschien wel het zogezegd saaiste stuk van Afrika gedaan en toch was het ongelooflijk interessant. Misschien juist omdat mensen dachten: wat komen jullie hier in godsnaam doen?

Dus laat je niet tegenhouden door dure vliegtickets of materiaal. Nowak vertrok met zijn eenvoudige fiets van thuis uit. Dus als je een fiets hebt waarvan de banden opgepompt zijn en de remmen werken, kan je vertrekken. Je hebt echt niet veel nodig, je moet het niet ver zoeken en het moet niet snel gaan.”


Titus’ tips voor wie zelf op fietsvakantie wil

Je hoeft niet meteen 2.200 kilometer door Afrika te fietsen. Een weekend dicht bij huis kan al genoeg zijn om te voelen wat fietsreizen met je doet.

  • Begin klein: Plan een eerste tocht van één of twee nachten. Niet te ver, niet te zot. Kies een route die bij je conditie past en zie onderweg wat werkt.
  • Test je fiets en materiaal vooraf: vertrek niet voor het eerst met volle bepakking op de dag zelf. Test je zadel, je fietsbroek, je fietstassen en gewichtsverdeling. Materiaal huren of lenen is slim voor een eerste trip: zo ontdek je wat bij jou past voor je in materiaal investeert.
  • Verdeel je bagage slim: een fiets met bagage rijdt anders. Stop zware spullen laag en hou dingen die je vaak nodig hebt bij de hand, zoals je regenjas en powerbank.
  • Denk aan water: Zeker bij warm weer is water belangrijker dan kilometers. Check vooraf waar je kan bijvullen en neem op rustige trajecten liever wat extra mee. Een waterfilter of zuiveringssysteem kan veel gedoe besparen.
  • Neem minder mee dan je denkt: Bikepacking is geen verhuis. Kies laagjes kleding en compact slaapmateriaal. Ook een goed mes en stevige drinkfles zijn een must.
  • Laat ruimte voor het onverwachte: De beste verhalen staan zelden op je routekaart. Soms begint het bij een omweg, een café, een praatje onderweg of een plek waar je eigenlijk alleen maar stopte om iets te drinken.

Jij de plannen, wij het materiaal. Ook te huur!

Mis je nog materiaal voor je avontuur? Of wil je die nieuwe trekrugzak of slaapzak eerst eens uitproberen? Goed nieuws: je kan je uitrusting ook huren bij A.S.Adventure.

Ontdek het verhuuraanbod

Laat je verder inspireren


Ontdek meer

Cookie-instellingen voor de beste online ervaring

Om je de beste online ervaring te bieden, maken wij gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Raadpleeg onze cookie policy voor meer informatie. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website om je gepersonaliseerde advertenties buiten de website te tonen. Door “Alles accepteren” te selecteren, ga je hiermee akkoord. Om dit niet steeds opnieuw te vragen, slaan wij je voorkeuren voor het gebruik van cookies voor twee jaar op. Je kan je voorkeuren op elk moment wijzigen via de cookie policy button onderaan alle pagina's.

Cookie-instellingen voor de beste online ervaring

Om je de beste online ervaring te bieden, maken wij gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Raadpleeg onze cookie policy voor meer informatie. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website om je gepersonaliseerde advertenties buiten de website te tonen. Door “Alles accepteren” te selecteren, ga je hiermee akkoord. Om dit niet steeds opnieuw te vragen, slaan wij je voorkeuren voor het gebruik van cookies voor twee jaar op. Je kan je voorkeuren op elk moment wijzigen via de cookie policy button onderaan alle pagina's.