🕒 Leestijd: ongeveer 10 minuten

Op pad voor padden: Nina en Sofie helpen amfibieën de straat over

Elk voorjaar steken honderdduizenden padden, kikkers en salamanders drukke Belgische wegen over op weg naar hun geboortepoel. Tijdens de paddenoverzet geven Sofie Witvrouwen en haar dochter Nina de diertjes graag een lift naar de Hobokense Polder.


Het verkeer als massamoordenaar

De avond valt naast de Schelde. De laatste treuzelende wandelaars verlaten de Hobokense Polder en stampen de modder van hun stapschoenen op de stoep van de Scheldelei. Nu de rust terugkeert in het natuurgebied, hebben de kuifeenden en de wintertalingen het rijk voor zichzelf. Maar wacht eens … Daar wandelen nog twee schimmen in het schijnsel van het voorbijrazend verkeer. Ze dragen fluorescerende vesten en speuren lichtjes voorovergebogen het voetpad voor zich af. De kleinste van de twee sjouwt een kloeke emmer mee.

 

Sofie Witvrouwen en haar dochter Nina (5) zoeken naar padden, kikkers en salamanders. Wanneer er een vrouwtjespad uit de haag komt gekropen, bol van de eitjes, rent Nina erop af. Handig klemt ze het beest in haar vuistje en laat het ons zien. “Padden zijn gemakkelijk te vangen”, kirt ze. “Ze springen niet weg. Kikkers wel. Die zijn heel glibberig.” Nina zet de pad voorzichtig neer in haar emmer, op het bedje van takjes en bladeren dat ze eerder met veel liefde heeft gespreid.



Padden zijn gemakkelijk te vangen. Ze springen niet weg. Kikkers wel, die zijn heel glibberig.

(Nina, vijf jaar)


Net op dat moment draait er een auto uit een zijstraat de Scheldelei op. De wijk Polderstad wordt door die straat gescheiden van de Hobokense Polder. Voor amfibieën, die vaak overwinteren in de tuinen van Polderstad, is dit meer dan een gewone hindernis. Niet voor niets manen verkeersborden langs de weg aan tot gematigde snelheid. Hier dienen autobestuurders niet enkel aan de menselijke vriendjes te denken. Wanneer padden, kikkers en salamanders in groten getale richting geboortepoel trekken, meestal in de Hobokense Polder, vormt de Scheldelei een massamoordenaar.

 

Dat is buiten Sofie en Nina gerekend. Mama en dochter geven hier tijdens de jaarlijkse paddentrek reizende diertjes een lift naar de overkant van de drukke weg. Emmer in, veilig de straat over en het gevaar is afgewend. Vergelijk hen met de superhelden uit stripverhalen, inclusief blitse capes, die slecht ter been zijnde oudjes een druk kruispunt over helpen. “We doen dit al voor het derde jaar”, zegt Sofie, die tot vorige zomer in Polderstad woonde. Ze las over de paddenoverzet in een boekje van Natuurpunt, dat overal in Vlaanderen acties coördineert. “Nina was meteen verkocht.”


Wat is de paddenoverzet?

Bijna alle padden, kikkers en salamanders in België houden een winterslaap. Ze ontwaken van zodra de lente in de lucht hangt. Nou ja, lente ... Om lentekriebels op te wekken bij amfibieën volstaan vijf dagen zonder grondvorst in combinatie met temperaturen rond acht graden bij schemerduister. Zeker als het dan ook nog regent en er weinig of geen wind is. Dan worden ze met z’n allen wakker en denken ze maar aan één ding: zich voortplanten. Dat doen ze in de poel waarin ze zelf geboren zijn. In een vakkundig vol gebetonneerd land als België moeten ze daarvoor vaak een drukke straat oversteken.

 

Van zodra het weer de juiste kant op gaat, staan Sofie en Nina paraat. Hoewel het van jaar tot jaar kan verschillen, loopt de paddenoverzet door de band genomen van midden februari tot eind maart. Nina zit dan al een tijdje op hete kolen. “Zelfs in de zomer vraagt ze al wanneer de padden- en kikkertijd begint”, lacht Sofie. “Dan begint ze af te tellen tot het zover is. Ze kan ook echt hopen op regen. En ze is teleurgesteld wanneer het droog blijft.”


Zelfs in de zomer vraagt Nina al wanneer de padden- en kikkertijd begint. Ze is teleurgesteld wanneer het niet regent.

(Sofie Witvrouwen, mama van Nina)


Intussen zijn we aanbeland naast een lap natuur in de wijk Polderstad. Een paar ingegraven emmers dienen als vallen, om amfibieën tegen te houden voor ze aan de straat belanden. Nina draaft ernaartoe en graaft in het bodempje van bladeren. Geen succes.

 

Ze laat er zich niet door ontmoedigen. We wandelen voort en in geen tijd hebben Nina en haar mama nog een pad en een kikker gered van een mogelijke gewisse dood onder een rubberen autoband. Zelfs een salamander van nauwelijks een paar centimeter groot ontsnapt niet aan de arendsblik van het meisje. Haar enthousiasme werkt aanstekelijk. “Nee, ze vinden het niet erg om samen te zitten”, sust Nina onze ongerustheid. “Ze maken nooit ruzie in de emmer.”


Even voorstellen

Sofie

38 jaar

-

Werkt als verpleegster in shifts

-

Woont op het Kiel, vlakbij de Hobokense polder

Nina

5 jaar

-

Gaat naar de derde kleuterklas in Polderstad

-

Verdeelt haar tijd tussen Kiel en Polderstad



Hoogsensitief

Met veel geduld en vol concentratie speurt Nina de omgeving af. Geen detail ontsnapt aan haar aandacht. Niets wijst erop dat Nina hoogsensitief is. “Ik had dat gevoel al toen ze nog heel klein was”, zegt Sofie. “Nina was een huilbaby, al bleek dat achteraf gezien vooral te wijten aan een allergie voor koemelk.” Na een drukke dag of veel contact met mensen raakte Nina ’s avonds amper in slaap. Compleet overprikkeld was ze dan. Tegelijkertijd kalmeerde het lawaai van pakweg een stofzuiger haar.

 

De kleuterjuffen bevestigden Sofies vermoeden al snel. Door haar hoogsensitiviteit worstelde Nina met de verwachtingen en de druk. “Dat uitte zich vooral op school”, vertelt Sofie. “’s Ochtends had Nina zoveel verdriet, puur van de stress, dat ze bijna dagelijks moest braken. De opgebouwde spanning hield ze vast in haar lichaam rond de maagstreek.”

 

Die opgekropte spanning behoort gelukkig grotendeels tot het verleden. Met dank aan de bekwame osteopate die Nina behandelt, en die haar nu om de drie weken voorziet van een ‘onderhoud’. Ook de juffen helpen Nina door haar vertrouwen te geven en te benadrukken dat ze foutjes mag maken. Maar de grootste hulp is de natuur.

 

Met papa Gunther en mama Sofie wandelt Nina al van jonge leeftijd in de Hobokense Polder, een omgeving die, zo beseft Sofie, haar heel erg goed doet. “Ze wil altijd de grote toer wandelen. Een heel eind, maar dat is geen probleem voor haar”, zegt Sofie. Het kindse enthousiasme van Nina doet ook mama stilstaan bij de natuur. Bij een bloemetje dat bloeit of de veranderingen van seizoen tot seizoen. “Dingen die je als volwassene gewoon vindt, waar je snel overgaat. Nina maakt mij er terug bewust van.”

 

Moeder en dochter genieten elk seizoen van de natuur. In de zomer zijn ze vaak in de weer met geocaching. In de herfst verzamelen ze noten en kastanjes. En eind winter, begin lente is er de paddentrek. Padden en kikkers overzetten blijkt het laatste duwtje in de rug dat Nina nodig heeft. Omdat er geen druk op staat, komt ze met haar emmertje in de hand helemaal tot rust. “Zelfs wanneer we maar één diertje vinden, dan nog is Nina tevreden”, zegt Sofie. “Dan hebben we toch het gevoel dat we iets goeds gedaan hebben voor de natuur.”



Nina is zelfs tevreden als we maar één diertje vinden. Dan hebben we toch het gevoel dat we iets goeds gedaan hebben voor de natuur.


Dierenvriend

Nina maant ons aan om halt te houden. Ze zet haar emmer neer op de stoep, grabbelt in de ton en haalt een pad tevoorschijn. Wanneer ze hem neerzet, kijkt ze nauwgezet toe hoe hij vooruit waggelt. “Ik kijk graag hoe hij stapt”, zegt ze, terwijl ze de pad terug in de emmer lift. Wat vindt ze nog leuk aan de paddenoverzet? “Dat je die diertjes even in de emmer mag houden en daarna in het bos mag zetten.” Het zijn, stelt Nina, ook mooie beestjes. “Want soms hebben ze allemaal verschillende kleuren. Maar meestal niet.”

 

Het mag duidelijk zijn: Nina is een dierenvriend met een groot hart voor de natuur. Haar verjaardag viert ze steevast in de kinderboerderij van Lier, waar ze struisvogels mag voederen en konijntjes aaien. In het weekend rijdt ze paard, zonder druk en volledig op haar eigen tempo. Eerst een halfuur les en daarna een halfuurtje wandelen in het bos. “Alweer die combinatie van dieren en natuur die voor haar wonderen doet”, zegt Sofie.

 

Tijdens de paddenoverzet zijn er ook droevige momenten, want helaas haalt niet elk diertje het. “Een keer een dode pad of kikker vinden, dat gaat nog”, aldus Sofie, “De doden leggen we in de goot en die worden opgegeten door de vogels. Nina beseft dat. Maar eentje hadden we in de goot gelegd en die was weggespoeld door de regen. Daar had Nina veel verdriet om. Want de vogels die hen kwamen opeten, dat kon ze plaatsen. Maar wat gebeurde er met die weggespoelde kikker? Dat vond ze moeilijk, ook al hadden we die dag heel veel padden en kikkers succesvol overgezet. Nog erger is het wanneer een auto een kikker doodrijdt voor haar ogen. Daar kan ze echt van aangedaan zijn.”

 

Gelukkig verbleken die ongevallen bij het nuttige werk dat Nina en Sofie verrichten. Gedurende de paddentrek wandelen ze bijna elke dag een keer de Scheldelei op en af. “Zelfs als we weten dat het weer niet ideaal is en dat het eigenlijk geen zin heeft”, zegt Sofie. “Nina dringt er dan op aan om toch te komen kijken. Soms vinden we alsnog een salamandertje.” Tijdens de krokusvakantie gaat het duo de Scheldelei dagelijks zelfs een keer of drie af en vullen ze soms de hele bodem van de emmer. “Per avond vangen we er maximum tien”, aldus Sofie. “Nee, elf!”, corrigeert Nina haar. Juist is juist.

 

Dit keer blijft de vangst beperkt tot vier stuks. We steken de straat over en wandelen op een onverlicht paadje de Hobokense Polder in. In het pikkedonker, op de gloed van twee hoofdlampen na, plenzen we door de modder. Dit is best spannend. “Alleen zou ik hier schrik hebben”, geeft Sofie toe, “maar niet met Nina erbij. Dan zijn we enkel met de dieren bezig.”


Soms zijn we nat tot op onze onderbroek, maar zelfs dan amuseren we ons. Voor mij is het plezier dubbel: hetgeen ik er zelf uithaal en bovenal dat van haar.

(Sofie Witvrouwen, mama van Nina)


Tussen enkele bramen schenken we de beestjes hun vrijheid. Zij kunnen hun thuispoel al ruiken. Nina en Sofie kijken gelukzalig naar mekaar. Ze zijn voldaan. Een volmaakt moeder-dochtermoment. “Soms staan we hier nat tot op onze onderbroek”, zegt Sofie. “Maar dan nog amuseren we ons. Voor mij is het plezier dubbel: het plezier ik er zelf uithaal en bovenal dat van haar.”

 

Enkele dagen na onze uitstap krijgen we een bericht van Sofie: “Topavond gehad met 32 diertjes. Nina heeft hen een nacht thuis verzorgd en hen de volgende dag met haar klas naar het bos gebracht. Ik heb de kindjes verteld waarom we amfibieën overzetten en hen het verschil tussen de diertjes uitgelegd.” Wat een toppers, Nina en Sofie!


Vijf vragen aan Natuurpunt over de paddenoverzet

Wat is de paddentrek?

Dominique Verbelen (amfibieënexpert Natuurpunt): “Zodra het koud wordt, gaan kikkers, padden en salamanders in winterslaap. Bijvoorbeeld in een holte onder een boom, in een kelder of een hoop stro. Meestal ontwaken ze tussen 20 februari en eind maart, en trekken ze naar de poel waar ze zich voortplanten. Al kan dat door het weer van jaar tot jaar verschillen.”

 

Waarom planten ze zich voort op een andere plaats dan waar ze overwinteren?

Verbelen: “De plaats waar ze zich voortplanten, is per definitie water: een poel, beek, vijver of sloot. Daar zitten ze in heel hoge aantallen, omdat amfibieën van de wijde omgeving naar die ene specifieke plaats trekken. Dat is oké voor korte tijd, maar niet voor het hele jaar. Omdat ze als territoriale dieren elkaar niet zouden verdragen en er rond een relatief kleine poel niet genoeg voedsel is. Na de voortplanting vertrekken ze daarom opnieuw naar andere plekken.”

 

Waarom is er enkel een paddenoverzet in aanloop naar de voortplanting?

Verbelen: “Tijdens de heentrek, van overwinteringsplaats naar voortplantingsplaats, verplaatsen amfibieën zich in groten getale rond schemerduister, om zeven uur à kwart na zeven. Op dat moment zijn er nog veel auto’s op de baan. Een auto kan enorm veel slachtoffers maken. Na de voortplanting steken ze dezelfde weg vaak opnieuw over, maar dan is het begin mei en schemert het pas rond tien uur, half elf. Met andere woorden: wanneer er veel minder verkeer is. Niet dat er dan geen slachtoffers vallen, maar het is efficiënter om vrijwilligers in te zetten tijdens de voorjaarstrek.”

 

Op hoeveel plaatsen helpt Natuurpunt diertjes oversteken?Verbelen: “Vorig jaar waren er 276 projecten geregistreerd. Dat was een erg goed jaar, met 196.000 levend overgezette amfibieën en 12.000 gemelde verkeersslachtoffers. We hebben er geen idee van hoeveel vrijwilligers in de weer zijn tijdens de paddenoverzet. Ik doe het lokaal samen met een buurtbewoner, maar op andere plaatsen worden hele scholen opgetrommeld.”

 

Waarom is het zo belangrijk om te helpen?

Verbelen: “Het is niet omdat we 200.000 amfibieën levend overzetten dat die anders allemaal doodgereden zouden zijn. Maar lokaal maken de acties zeker een verschil tussen het duurzaam in stand houden van populaties of het uitsterven ervan. Dat is het hoofddoel. Maar er zijn ook neveneffecten. Veel mensen willen een concrete bijdrage leveren voor de natuur en de paddenoverzet is daarvoor ideaal. De oudste geregistreerde actie in Vlaanderen vond plaats in 1981. Sindsdien zijn alsmaar meer mensen bereid om er tijd in te investeren.”


Avontuurlijke reizen, ze zijn niet vanzelfsprekend als je kleine bengels hebt. Maar toch kan het. Een inspirerend vader-zoon verhaal: samen op fietsvakantie in Noorwegen.

Richt je vizier op kilometers wandelplezier! Ontdek de favoriete wandelingen van onze medewerkers, in binnen- en buitenland.