Een bergwandelvakantie: hoe begin je eraan?

Geert Van Speybroek is dé referentie in België als het over bergwandelen gaat. Reisbegeleider voor avontuurlijke reizen, trekkingspecialist in een buitensportwinkel, wildernisgids in Canada, survivalspecialist bij Outdoorschool … Wat heeft hij nog niet gedaan? Met zijn boek ‘Hoe word ik bergwandelaar?’ stuurt hij jong en oud naar de (berg)top met de juiste voorbereiding en technieken. Zin in een bergwandelvakantie? Geert helpt je op weg! 

© Outdoorschool

Alles begint met een goede planning

Bergwandelen is voor iedereen haalbaar, zolang de bestemming, het seizoen en de moeilijkheidsgraad maar voldoende aangepast zijn aan je ervaring en je verwachtingen. Neem dus voldoende tijd om je tocht te plannen: waar wil en kan je naartoe? Hou je vooral van dagtochten of plan je liever een meerdaagse huttentocht? In welk seizoen ga je best op stap? Wie neem je mee? Wat zijn de potentiële gevaren die je moet kennen? Wat zit er zeker in je rugzak? In dit artikel buigen we ons over de keuze van je bestemming.

Soorten wandelgebieden en hun beste seizoen

Op basis van de hoogte, het terrein en de weersomstandigheden maken we een onderscheid tussen drie types van wandelgebieden: laaggebergte of heuvels, middelgebergte en hooggebergte of desolate gebieden. Heuvelachtig terrein is ideaal om ervaring op te doen. Nadien kan je langzaam opbouwen naar het middelgebergte en pas daarna trek je naar het hooggebergte.

 

Maak je eerste bergwandelingen best in zomerse omstandigheden en zet dan pas de stap naar andere seizoenen. Hoe hoger of noordelijker je gaat, hoe later het zomerseizoen begint (juni) en hoe vroeger het opnieuw winter wordt (oktober). Informeer je dus goed over het te verwachten klimaat als je een bestemming kiest en wees op alles voorbereid. 

Heuvelachtig terrein of laaggebergte: het hele jaar rond

© Outdoorschool

Deze gebieden zijn een ideale start voor beginnende bergwandelaars. Bovendien hoef je er niet ver voor te reizen. De hoogteverschillen kunnen tijdens een dag-etappe soms al behoorlijk oplopen, waardoor het ideale gebieden zijn om te trainen. Je vindt er vaak duidelijke paden, al is het uitzonderlijk weleens wat avontuurlijker. Doorheen het hele jaar zijn dit interessante gebieden om af en toe een weekendtochtje te maken. Hou er wel rekening mee dat het ook daar in de winter guur kan zijn. 

Voorbeelden van laaggebergte

  • Belgische Ardennen
  • Groot-Hertogdom-Luxemburg
  • Duitsland: Eifel, Pfalzerwald, Sauerland, Altmuhltal
  • Frankrijk: Franse Ardennen, Côte d’Opale
  • Groot-Brittannië: kustlijn van Zuid-Engeland

Middelgebergte: van april tot november

© Outdoorschool

Het middelgebergte is een goede opstap naar het grotere werk. Het klimmen en afdalen wordt langer, het terrein grilliger en de weersomstandigheden gevarieerder. Vaak zijn er nog duidelijke wandelpaden, maar er kan al eens wat klauterwerk, grind of modder bij te pas komen. Je kan er in ‘gewone’ condities wandelen vanaf april tot november, al biedt elk jaar wel zijn verrassingen met een vroege of late sneeuwval. Van januari tot maart ligt er soms voldoende sneeuw om met sneeuwschoenen te wandelen, maar dat verschilt sterk van jaar tot jaar. Er is dus geen sneeuwzekerheid, maar de weersomstandigheden kunnen wel erg winters zijn.

Voorbeelden van middelgebergte

  • Frankrijk: Vogezen, Centraal Massief, Vercors, Chartreuse
  • Duitsland: Zwarte Woud
  • Groot-Brittannië: Brecon Beacons (Wales)
  • Italië: Umbrië

Hooggebergte en desolate gebieden: half juni tot eind september

© Outdoorschool

Heb je al wat ervaring opgebouwd, dan kan je je wagen aan het hooggebergte of desolate gebieden. De Schotse of Scandinavische bergen reiken misschien minder hoog (de hoogste top in Noorwegen is 2.469 m), door de noordelijke ligging zijn de weersomstandigheden wel vergelijkbaar met grotere hoogtes in de Alpen en Pyreneeën.

 

Hier is het zomerseizoen erg kort. In de Europese gebergtes loopt het seizoen van midden juni tot eind september. Afhankelijk van de regio kunnen er tot diep in de zomer sneeuwvelden liggen en bij erg slecht weer kan het ’s zomers in de bergen nog sneeuwen, dus wees op alles voorbereid. In andere continenten liggen de seizoenen vaak heel anders en moet je soms ook rekening houden met het regenseizoen of erg droge en hete periodes.

Voorbeelden van hooggebergte

  • Europa: Alpen, Pyreneeën, Abruzzo (Italië), Tatras (Tsjechië/Polen), Dinarische Alpen (Ex-Joegoslavië), Rila en Pirin (Bulgarije), Karpaten (Roemenië), Pindos (Griekenland)
  • Andere continenten: Atlasgebergte (Marokko), Andes (Zuid-Amerika), Himalaya (Azië), Rockies (VS)

Voorbeelden van desolate gebieden

  • Scandinavië
  • IJsland
  • Groenland
  • Canada 

Tijd om je bestemming te kiezen

Nu kan je gaan afbakenen welke type bestemming je zoekt: dichtbij of ver weg, bergen of heuvels, westers of exotisch, desolaat of in de buurt van de bewoonde wereld, het binnenland of de kust … Maak deze keuze in functie van je interesses en ervaring. En denk eraan: een meerdaagse tocht in de natuur is meer dan enkel een fysieke uitdaging, je mag ook de mentale impact van je avontuur niet onderschatten. Zorg ervoor dat je een goed gevoel hebt bij je keuze en wees niet té ambitieus.

Muggen

In noordelijke regio’s zoals Schotland en Scandinavië moet je in de late lente en zomer vaak rekening houden met muggen en steekvliegen. Zorg voor een muggennetje en een goede insectenwerende spray waarin Deet is verwerkt. Wil je deze boosdoeners vermijden, dan ga je beter wat later in het seizoen op pad (na half augustus).

Extra voorbereiding kan nooit kwaad

Bergwandelen kan je op heel diverse niveaus én op alle leeftijden. Zorg er vooral voor dat je binnen je comfortzone wandelt en dat je kennis en ervaring voldoende zijn om naar een volgende moeilijkheidsgraad over te stappen. Kies er eventueel voor om extra ervaring op te doen onder begeleiding van een gids en om een voorbereidende opleiding te volgen (bij Outdoorschool, Klim- en Bergsportfederatie of Hiking Advisor). Je kan tussendoor ook via het boek ‘Hoe word ik bergwandelaar?’ aan je kennis werken. Enkel op die manier kan je de uitdagingen van het gebergte veilig, verantwoord en met voldoende zelfvertrouwen overwinnen.

Dit is geen bergwandelterrein!

  • Gletsjers en eeuwige sneeuw
    Dit terrein behoort tot het alpinisme of bergbeklimmen. De risico’s zijn reëel: je kan in een gletsjerspleet vallen, wegglijden … Daardoor komt er meer materiaal (o.a. touw, stijgijzers, pikkel) en kunde bij kijken. Slechts uitzonderlijk liggen stukken gletsjer er toegankelijk bij voor gewone bergwandelaars: als ze voldoende vlak zijn, er geen of weinig spleten zijn en er geen sneeuw ligt (die mogelijke spleten bedekt!). Maar ook hier is ervaring absoluut noodzakelijk om bijvoorbeeld goed te navigeren. Wie dus over gletsjers wil lopen, neemt best een berggids onder de arm.
  • Rotswanden
    Het gebeurt al eens dat in wandelroutes korte stukjes klauterwerk zitten, maar die zijn meestal beveiligd en niet moeilijk. Massieve rotswanden behoren echter niet tot het terrein van de bergwandelaar. Denk er vooral aan dat opklimmen altijd een stuk gemakkelijker is dan afklimmen.
  • Via ferrata of klettersteigs
    Dit zijn routes in rotsachtig terrein die beveiligd zijn met een staalkabel en soms ook extra uitgerust met pinnen, treden en trappen. Qua moeilijkheidsgraad is het een combinatie van bergwandelen en rotsklimmen. Afhankelijk van de lengte en techniciteit, leunt het eerder bij de ene of de andere activiteit aan. Je kan hier als bergwandelaar niet komen zonder een geschikte uitrusting (klimgordel, klettersteigset, helm) en de nodige kennis van zaken. De Dolomieten zijn één van de bekendste gebieden voor klettersteigs.

Over Outdoorschool-instructeur en berggids Geert Van Speybroek

Geert was jarenlang reisbegeleider voor avontuurlijke reizen en werkte als trekkingspecialist in een buitensportwinkel. Hij was ook vijf zomers actief als wildernisgids in Canada en gaf lezingen over ‘kamperen met de beren’. Behalve survivalspecialist is hij ook een gediplomeerd begeleider voor bergwandeltochten en lesgever bij BLOSO voor diverse outdoorvakken. Al 18 jaar runt hij Outdoorschool, waar hij optreedt als specialist in stapergonomie en wandeltechnieken. Als gids trekt hij samen met cursisten en bedrijven regelmatig naar de bergen. Bezoek zijn persoonlijke webpagina.

© Outdoorschool

Wat trekt je in de bergen aan?

“Het draait bij mij niet zozeer om de sportieve kick van het ‘overwinnen’ van de bergtop, maar om het genieten van de unieke uitgestrekte en vaak beschermde natuurgebieden. Het doel is er te zijn, niet zo zeer het presteren of overwinnen … Natuurlijk is de fysieke voldoening na een zware dagtocht of een picknick op de top na een urenlange beklimming telkens weer een schitterende belevenis.

Ik wandel het liefst een stuk boven de boomgrens. Daar is de lucht nog blauwer en lijkt de hemel erg dichtbij. Elke plant moet er vechten of zich aanpassen om te overleven.

In deze kale, ruwe, hoog alpiene landschappen is elke bloem telkens weer een mirakel van de natuur.

Uiteindelijk vind ik dat het ‘toerisme’ dat met bergwandelen gepaard gaat onovertroffen is: de vriendelijke en respectvolle sfeer met andere wandelaars, de gezelligheid van berghutten, de heerlijke smaak van een simpele boterham met geitenkaas van de alpenboerderij, het koele water aan een bronnetje, de rustgevende klank van koebellen … Moet ik nog doorgaan?”

© Outdoorschool

>> Wil je je voorbereiden op het echte werk? Verbeter je bergstaptechnieken met Outdoorschool.

>> Op zoek naar wandelinspiratie? Wij verzamelden wandeltips van en voor onze #asadventure community.