Tijdens een trektocht in de Alpen op zo’n 2.000 meter hoogte testte ik de Pocket Stove van Esbit uit. De omstandigheden waren mild, met wat wind, en dat gaf me meteen een goed beeld van wat dit vuurtje wel en niet aankan.
Ik begin met de positieve zaken: dit kooktoestel is écht compact. Je plooit het makkelijk op, het weegt haast niets, en neemt nauwelijks plek in je rugzak, vergelijkbaar met een dik pak speelkaarten. Ideaal dus voor wie licht wil reizen of een back-up vuurtje zoekt. Het opbouwen is eenvoudig: openklappen, windschermpje erbij, brandstoftablet aansteken en je bent vertrokken.
Want in de praktijk stootte ik wel op een aantal beperkingen. De vlam is niet regelbaar en afhankelijk van de wind en hoe ver het tablet al opgebrand is. Dat maakt koken in de natuur niet altijd evident. Voor een klein percolatortje met 15 cl koffie lukt het wel, maar wil je echt koken, dan heb je veel geduld én een pak tabletten nodig. Super efficiënt is het dus niet.
Ook de veiligheid verdient een kleine kanttekening. Het vuurtje wordt heet aan de onderkant, en omdat het brandstofblokje op een metalen plaatje ligt, moet je opletten waar je het neerzet. Het windscherm helpt een beetje, maar alleen als je het goed positioneert. Iets wat een beetje gepruts kan vergen.
Voor een dagtocht is dit kookvuur oké: een soepje opwarmen, een kopje koffie zetten... prima. Maar voor langere trips, winderige omstandigheden of meerdere gebruikers is het niet geschikt. Dan kies je beter voor een gasvuurtje met meer stabiliteit en controle.