

Marketingdirecteur bij A.S.Adventure
“Mijn liefde voor safari's begon tijdens een bezoek aan vrienden in Zuid-Afrika. Sindsdien trok ik ook naar Tanzania, Zambia, Botswana, Namibië en Kenia. Mogelijk werd het eerste zaadje al eerder geplant: in 1986 maakte de film Out of Africa diepe indruk op mij. Als ik even terug naar de bush wil, zet ik nog altijd de soundtrack op.
Eén reis springt eruit: een twee weken durende opleiding Tracking & Trailing. We leerden sporen herkennen en dieren volgen en sliepen midden in de bush. ’s Nachts voelde ik olifanten langs mijn tent stappen. ’s Morgens zag ik, met een kop oploskoffie in mijn hand, een leeuwin voorbijwandelen aan de overkant van de droge rivierbedding, juist toen de zon opkwam. Zulke momenten vergeet je nooit.”
’s Nachts voelde ik olifanten langs mijn tent stappen. ’s Morgens zag ik met een kop koffie in mijn hand een leeuwin voorbijwandelen.

“In het droge seizoen kun je dieren doorgaans makkelijker vinden. Veel struiken verliezen hun bladeren en dieren verzamelen zich vaker rond de schaarse waterbronnen. Vooral bij zonsopgang en in de vooravond is daar veel beweging: prooidieren komen drinken en roofdieren weten dat ook.
Toch is het droge seizoen niet automatisch de beste keuze. In het groenere of natte seizoen zijn de landschappen weelderiger, is er meer vogelactiviteit en zorgen onweersbuien soms voor een spectaculaire lucht. Het is ook de periode van veel geboortes. Dat klinkt vertederend, maar het trekt tegelijk roofdieren aan die de kwetsbare jonge dieren opmerken. In die periode zijn sommige lodges goedkoper en is het vaak rustiger, maar is de keuze kleiner. Sommige kampen worden voor de natste maanden zelfs volledig afgebroken.”

“Voor beginners is een klassieke game drive de meest logische keuze. Je trekt bij zonsopgang en in de late namiddag met een gids de bush in. Omdat je meer afstand aflegt dan te voet, is de kans groter dat je verschillende dieren en landschappen ziet.
Een wandelsafari draait minder om grote dieren. Je kijkt naar sporen, planten, veren en uitwerpselen en leert het landschap anders lezen. Reken op minstens drie uur stappen en volg iedere instructie nauwgezet. Een bootsafari geeft dan weer een heel ander perspectief. Ik denk onder meer aan Lower Zambezi in Zambia, Chobe en de Okavangodelta in Botswana, Mana Pools in Zimbabwe en Nyerere in Tanzania.
Bij een self-drive bepaal je zelf het tempo, maar moet je afstanden en rijtijden goed kunnen inschatten. Tijdens een night drive zie je alleen wat in de lichtbundel verschijnt. De kans op een waarneming is kleiner, maar je kunt wel nachtdieren tegenkomen, zoals stekelvarkens, uilen, hyena's of honingdassen.
Mijn ideale formule? Een full day game drive van zonsopgang tot zonsondergang, met onderweg een wandeling.”
“Lees vooraf reviews en kijk kritisch naar wat een aanbieder belooft. Garanties dat je bepaalde dieren zult zien, jeeps die tot de laatste plaats worden gevuld en vluchtige dagsafari’s zijn voor mij waarschuwingssignalen. Hoe kleinschaliger een lodge of kamp, hoe groter doorgaans de kans op persoonlijke begeleiding en een rustige ervaring.
Kijk ook met hoeveel gasten je de jeep deelt. Voor mij zijn vier passagiers het maximum. Als mijn budget het toelaat, kies ik voor een privéwagen. Je bepaalt dan samen met de gids het tempo en hoeft je keuzes niet voortdurend af te stemmen op een grote groep. Tijdens mijn eerste safari koos ik op basis van mijn budget een lodge die achteraf niet de beste keuze bleek. Ik wist toen gewoon nog niet waarop ik moest letten. Daarom spaar ik nu liever wat langer voor een goede lodge, deskundige begeleiding en voldoende plaats in de jeep.”

“Kleed je in laagjes die je onderweg makkelijk kunt uittrekken. Ik vertrek 's morgens in kleding die later op de dag comfortabel zal zijn en trek voor de frisse start een fleece of extra hemd aan. Sneldrogende, ventilerende kleding is praktischer dan katoen. Een hemd met oprolbare lange mouwen beschermt tegen de zon en insecten.
Beige, kaki, bruin en gedempt groen vallen het minst op. In gebieden met tseetseevliegen vermijd je beter donkerblauw en zwart, omdat die kleuren de insecten kunnen aantrekken. Tijdens een wandelsafari laat je ook wit en felle kleuren beter thuis: ze steken sterk af tegen de omgeving, waardoor dieren je sneller opmerken.
Voor een wandelsafari kies ik lichte, ademende A-mid-wandelschoenen die mijn enkels wat meer beschermen. Tijdens een game drive volstaan meestal lage wandelschoenen.”
“De grootste fout begint al vóór vertrek: verwachten dat de bush zich gedraagt als een natuurdocumentaire. Je kunt dieren niet op bestelling zien. De jacht op de Big Five kan je ervaring zelfs armer maken. Wie alleen naar een leeuw zoekt, mist misschien een zeldzame vogel, een vers spoor of bijzonder gedrag. Mijn motto is daarom: 'Expect nothing, accept anything.' Verwacht niets en sta open voor alles. Dan kan de bush je blijven verrassen.
Soms lijkt het alsof er helemaal geen dieren zijn. Bij kouder weer blijven insecten stiller, waardoor ook vogels minder actief worden. Leeuwen zijn dan wel actief tijdens de dag maar gidsen kunnen minder vogelgeluiden gebruiken als aanwijzing: een alarmroep kan verraden dat ergens een leeuw of luipaard zit. Alles is aan elkaar verbonden.”

“Op wandelsafari loop je in één rij achter de gids en praat je niet. Zo merken dieren je minder snel op én kan iedereen de instructies horen. Tijdens een game drive blijf je binnen de contouren van de jeep. Niet rechtstaan, geen armen of benen uitsteken en nooit roepen of iets naar een dier gooien voor een foto. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar het is verbazend hoe ver sommige mensen gaan voor een beeld.
Dat je zonder aarzelen naar je gids moet luisteren, leerde ik in Tanzania tijdens enkele bijzonder spannende ontmoetingen. Bij een wandeling langs de Ruaharivier botsten we op een leeuwin die pas een jong olifantje had gedood. Toen twee welpen achter ons opdoken, stonden we plots tussen de moeder en haar jongen. De leeuwin viel aan. Waren we weggerend, dan hadden we geen enkele kans gemaakt. Dus we bleven staan terwijl onze gids een stap naar voren zette, zijn wapen gereedmaakte en rustig tegen haar praatte. Ze aarzelde even en liep rond ons naar haar welpen. In die paar seconden konden we ons beheerst terugtrekken.
Een andere keer verrasten een gids en ik een zwarte neushoorn met een jong. De moeder stormde op ons af en draaide pas op ongeveer een meter afstand weg om haar vluchtende jong te volgen. Dat zijn geen situaties waarin je zelf gaat improviseren. Ieder dier en ieder moment is anders. Doe exact wat je professionele gids zegt.”
“Dat een safari een heel eigen ritme heeft. Je staat altijd op tussen 5.30 en 6 uur. ’s Avonds wacht geen bruisend uitgaansleven, maar ‘bush tv’: het kampvuur.
Zoek ook voor vertrek uit wie je ter plaatse een fooi geeft en hoeveel gebruikelijk is. Ik maak aparte enveloppen voor gids, tracker, ranger en het team van de lodge. Zo hoef ik op de laatste ochtend niet gehaast bedragen uit te rekenen en vast te stellen dat mijn contant geld op is.
En bovenal: laat je verwachtingen thuis. Kijk ook naar wat klein is en leg je camera af en toe weg. De bush volgt geen draaiboek. En juist daarin schuilt voor mij de magie.”
Om je de beste online ervaring te bieden, maken wij gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Raadpleeg onze cookie policy voor meer informatie. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website om je gepersonaliseerde advertenties buiten de website te tonen. Door “Alles accepteren” te selecteren, ga je hiermee akkoord. Om dit niet steeds opnieuw te vragen, slaan wij je voorkeuren voor het gebruik van cookies voor twee jaar op. Je kan je voorkeuren op elk moment wijzigen via de cookie policy button onderaan alle pagina's.