Zo word je een geoefend bergwandelaar


Zo word je een geoefend bergwandelaar (1)

Bergwandelen is voor iedereen haalbaar, zolang de bestemming, het seizoen en de moeilijkheidsgraad maar voldoende aangepast zijn aan je ervaring en je verwachtingen. Neem dus voldoende tijd om je tocht te plannen. In dit eerste hoofdstuk gaan we dieper in op de verschillende soorten wandelgebieden en wanneer je daar terecht kunt.

Soorten wandelgebieden en hun beste seizoen

Op basis van de hoogte maar ook het terrein en de weersomstandigheden maken we een onderscheid tussen 3 types van wandelgebieden: laaggebergte of heuvels, middelgebergte en hooggebergte of desolate gebieden (zie onder). Je eerste ervaring doe je best op in heuvelachtig terrein om daarna naar middelgebergte over te stappen. Het hooggebergte volgt pas in laatste fase.

 

Doe eerst ervaring op in zomerse omstandigheden en zet dan pas de stap naar andere seizoenen. Hoe zwaarder het terrein, hoe meer je met de seizoenen rekening moet houden.

 

Hoe hoger of noordelijker je gaat, hoe later het zomerseizoen begint (juni) en hoe vroeger het opnieuw winter wordt (oktober).

1. Heuvelachtig terrein of laaggebergte

Deze gebieden zijn een ideale start voor beginnende bergwandelaars.

 

Bovendien hoef je er niet ver voor te reizen. De hoogteverschillen kunnen tijdens een dagetappe soms al behoorlijk oplopen, waardoor het ideale gebieden zijn om te trainen.

 

Het gaat vaak over duidelijke paden en uitzonderlijk is het eens wat avontuurlijker. Doorheen het hele jaar zijn dit interessante gebieden om af en toe een weekendtochtje te maken, al kan het ook daar in de winter wel guur zijn. Vooral de luchtvochtigheid kan het erg kil maken.

Laaggebergte

WAAR: Belgische en Franse Ardennen, Groot-Hertogdom-Luxemburg, Eifel (D), Pfalzerwald (D), Sauerland (D), Altmuhltal (D), Côte d’Opale (F), Kustlijn van Zuid-England,…

 

WANNEER: het hele jaar

2. Middelgebergte

Ze zijn een goede opstap naar het grotere werk. Het klimmen en afdalen wordt langer, het terrein grilliger en de weersomstandigheden gevarieerder. Vaak zijn er nog uitgetreden wandelpaden, maar er kan al eens wat klauterwerk, grint of modder bij te pas komen.

 

Je kan er in ‘gewone’ condities wandelen vanaf april tot november. Al biedt elk jaar wel zijn verrassingen met een vroege of late sneeuwval. De maanden januari tot maart ligt er soms voldoende sneeuw om met sneeuwschoenen te wandelen, maar dat verschilt sterk van jaar tot jaar. Er is dus geen sneeuwzekerheid maar de weerscondities kunnen wel erg winters zijn.

Middelgebergte

WAAR: Vogezen (F), Centraal Massief (F), Vercors (F), Chartreuse (F), Zwarte Woud (D), Brecon Beacons (Wales), Umbrië (I), …

WANNEER: van april tot november

3. Hooggebergte en desolate gebieden

Als je al wat ervaring hebt opgebouwd, dan kan je je wagen aan het hooggebergte of desolate gebieden. De Schotse of Scandinavische bergen reiken misschien minder hoog (de hoogste top in Noorwegen is 2.469m), door de noordelijke ligging zijn de weersomstandigheden vergelijkbaar met grotere hoogtes in de Alpen en Pyreneeën. Ook in IJsland ga je beter goed voorbereid op pad, zelfs op zeeniveau!

 

Hier is het zomerseizoen erg kort. In de Europese gebergtes loopt het seizoen van mid-juni tot eind september. Afhankelijk van de regio kunnen er tot diep in de zomer sneeuwvelden liggen. Bij erg slecht weer kan het ook midden de zomer in de bergen sneeuwen. Wees dus op alles voorbereid. In andere continenten liggen de seizoenen vaak heel anders en moet je soms ook rekening houden met het regenseizoen of erg droge en hete periodes.

Hooggebergte

HOOGGEBERGTE: Europa > Alpen, Pyreneeën, Abruzzo (Italië), Tatras (Tsjechië/Polen), Dinarische Alpen (Ex-Joegoslavië), Rila en Pirin (Bulgarije), Karpaten (Roemenië), Pindos (Griekenland) Andere continenten > Atlasgebergte (Marokko), Andes (Zuid-Amerika), Himalaya (Azië), Rockies (VS)

 

DESOLATE GEBIEDEN: Scandinavië, IJsland, Groenland, Canada

 

WANNEER: van half juni tot eind september

Bepaal dus eerst je zoekcriteria

Muggen

In noordelijke regio’s zoals Schotland en Scandinavië moet je in de late lente en zomer vaak rekening houden met muggen en steekvliegen. Zorg voor een goede bescherming tegen muggen zoals een muggennetje en een goede insectenwerende lotion waarin Deet is verwerkt. Wil je deze boosdoeners vermijden dan ga je beter vrij laat in het seizoen (na half augustus).

Het is dus erg belangrijk om eerst af te bakenen welke type bestemming je zoekt: kortbij of ver weg, bergen of licht heuvelachtig terrein, westers of exotisch, desolaat of de bewoonde wereld binnen handbereik, het binnenland of de kust, enz.

 

Maak deze keuze in functie van je interesse en ervaring.

 

Voor meerdere dagen de natuur intrekken is meer dan enkel een fysieke uitdaging. Onderschat de mentale impact van je avontuur niet. Zorg er dus voor dat je een goed gevoel hebt bij je keuze en wees niet té ambitieus.

Besluit

Bergwandelen kan je op heel diverse niveaus en op alle leeftijden beoefenen. Zorg er vooral voor dat je binnen je comfortzone wandelt, dat je kennis en ervaring voldoende zijn om naar een volgende moeilijkheidsgraad over te stappen en dat je te allen tijde over de juiste travel & trekking uitrusting beschikt.

 

Kies er eventueel voor om extra ervaring op te doen onder begeleiding van een gids en om een voorbereidende opleiding te volgen (www.outdoorschool.be , www.klimenbergsportfederatie.bewww.nkbv.be ). Je kan tussendoor ook via een goed boek aan je kennis werken (Onze tip: ‘Hoe word ik bergwandelaar?’, Lannoo ISDN 978 94 014 02842). Enkel op die manier kan je de uitdagingen van het gebergte verantwoord en met voldoende zelfvertrouwen overwinnen.

Dit is geen bergwandelterrein!

Gletsjers en eeuwige sneeuw

Dit terrein behoort tot alpinisme of bergbeklimmen. De risico’s zijn reëel: vallen in een gletsjerspleet, wegglijden… Daardoor komt er meer materiaal (o.a. touw, stijgijzers, pikkel) en kunde bij kijken.

 

Slechts uitzonderlijk kunnen stukken gletsjers er toegankelijk bij liggen voor gewone bergwandelaars als ze voldoende vlak zijn, er geen of weinig spleten zijn en er geen sneeuw ligt (die mogelijke spleten bedekt!). Maar ook hier is ervaring absoluut noodzakelijk om bijvoorbeeld goed te navigeren. Wie dus over gletsjers wilt lopen, neemt best een berggids onder de arm.

Rotswanden

Het gebeurt al eens dat in wandelroutes korte stukjes klauterwerk zitten, meestal zijn ze beveiligd en niet moeilijk. Massieve rotswanden behoren echter niet tot het terrein van de bergwandelaar. Denk er vooral aan dat opklimmen altijd een stuk gemakkelijker is dan afklimmen.

Via ferrata of klettersteigs

Dit zijn routes in rotsachtig terrein die beveiligd zijn met een staalkabel en soms ook extra uitgerust met pinnen, treden en trappen. Qua moeilijkheidsgraad is het een combinatie van bergwandelen en rotsklimmen. Afhankelijk van de lengte en techniciteit, leunt het eerder bij de ene of de andere activiteit. Je kan hier als bergwandelaar niet komen zonder een geschikte uitrusting (klimgordel, klettersteigset, helm) en de nodige kennis van zaken. De Dolomieten zijn één van de bekendste gebieden voor klettersteigs.