Kamperen en de weerselementen trotseren


Kamperen en de weerselementen trotseren

Sneeuw, wind, regen... Het zijn geen bondgenoten als je je tent moet opzetten, maar hoe kan je je kampeertrip toch redden?

Versla regen en wind

  • Zet je tent op bij natuurlijke windbrekers, zoals kleine struiken, rotsen en bomen. Let wel op voor alleenstaande bomen: bliksemgevaar!
  • Blijf ook weg bij rivieren, daar is het een pak kouder en natter. Onderaan een heuvel of berg is evenmin een goed plan, want daar stapelt het water zich op en blijft de koude lucht 's nachts hangen.
  • Probeer indien mogelijk eerst je buitentent op te zetten en daarna pas de binnentent. Zo blijft die tenminste droog.
  • Zorg ervoor dat je tent geen windzak wordt en draai de ingang weg van de wind.
  • Kies voor houten tentharingen. Deze zijn vooral bij vochtige bosgronden ideaal: het vocht doet de haring zwellen zodat die muurvast komt te zitten.
  • Investeer ook in een grondzeil dat je beschermt tegen tochtongedierte en water. Ook snel om te vormen tot shelter voor een droge kook- of eetplek.
  • Een droge tent opzetten in de regen is veel makkelijker dan met een doornat exemplaar te werken. Probeer je tent dus na elke overnachtingsstop weer zo droog mogelijk in te pakken.

Winters kamperen

  • Kijk of er geen bomen in de buurt staan om een sneeuwdouche of vallende takken op je tent te voorkomen.
  • Zoek naar een windbreker, zoals sneeuwwanden.
  • Graaf de oppervlaktesneeuw weg op de plek waar de tent komt te staan. Je kunt de zachte sneeuw ook aanstampen en een kwartiertje laten 'rusten', zodat het geheel aan elkaar klit en vaster wordt.
  • Bevroren ondergrond? Gebruik dan zware rotspennen of tirolharingen.
  • Neem zeker een sneeuwschep mee, zo kan je je 'bevrijden' bij hevige sneeuwval.

Is het weer je toch iets te extreem? Kijk op je kaart en trek naar de dichtstbijzijnde schuilhut, jeugdherberg of iglo.