Gemeente
Gent
Motivatie
Stukjes dagboek lichten een tip van de sluier op: wie ben ik?
3 maanden uitwisseling Ghana, 2000: respect voor medemens, sociaal, zelfstandig
Na een rit met de plaatselijke minibus, bereik ik weer het Children’s Home voor een nieuwe werkdag. Een paar kinderen komen al naar me toegelopen en zoals elke keer probeer ik hen duidelijk te maken dat ik niet ‘obroni’ (= blanke) maar ‘sister Els’ ben. Het overige personeel is alvast bezig de allerkleinsten klaar te maken om naar het ziekenhuis te brengen. Ik heb geen flauw idee waarom dit zo plots wordt beslist en de schaarse uitleg die ik krijg, gaat niet verder dan ‘algemene check-up’. Omdat ik wil weten wat er aan de hand is en een ziekenhuis wel eens van dichtbij wil zien, stap ik met een kleintje in mijn armen mee de auto in. Even later zit ik tussen al die Afrikaanse vrouwen onder een afdakje met een baby op mijn schoot. Later kom ik te weten dat de kinderen een besmetting hebben opgelopen. Alle baby’s moesten naar het ziekenhuis voor verzorging en het Children’s Home werd een grondige reiniging en ontsmetting van de lokalen en slaapkamers opgelegd. Na vele vragen, want het was duidelijk taboe, bleek dat 2 gestorven baby’s de aanleiding waren geweest om de anderen ter controle naar het ziekenhuis te brengen. (Meer op: http://www.guido.be/desktopmodules/articledetail.aspx?mid=362&itemid=2405&tabid=0&pageid=0)
100 km dodentocht Bornem, 2007: doorzettingsvermogen
Na zo’n 95 km komen we aan in ‘de Zates’, de laatste controlepost voor we ons doel weer hebben bereikt. Uitgeput zoeken we een vrije zitplaats om even te recupereren. Ik stop nog wat zoetigheid in mijn mond en probeer mijn vriend daar – tevergeefs - ook toe aan te zetten. Onze Bornemse vrienden proberen ons een hart onder de riem te steken, maar meer dan een vermoeide glimlach kunnen we niet uitbrengen. Stramme spieren, schuurwonden, blaren, oververmoeid... dit is de ‘doden’tocht. We moeten weer recht, strompelen verder, op weg naar onze derde medaille. Ik word emotioneel...
1 maand Alaska, 2008: respect voor natuur, zin voor avontuur
Onze permissie is compleet : wij hebben de veiligheidsvideo gezien, we weten hoe we een rivier moeten oversteken en we hebben onze bear proof container bij de hand. Klaar om de wildernis van Denali National Park in te trekken en ‘backcountry’ te kamperen! Nadat de bus ons een aantal uren later tot diep in het park heeft gebracht, moeten we eerst de toendra oversteken om de bergen in te trekken. Tussen de stekende doorns banen we ons een weg terwijl we luidkeels ‘hey beer’ roepen. De beren blijven uit ons gezichtsveld wat niet kan gezegd worden van een kariboe met haar jong. Hoewel de dieren zich niet aan onze aanwezigheid lijken te storen, ben ik er toch niet helemaal gerust in als ze nog nauwelijks 5 meter van ons verwijderd zijn. We versnellen onze pas, sjoempelen door het struikgewas en weten ze van ons af te wimpelen wanneer we de vallei bereiken. ... Na een redelijke nachtrust in de tent en een stevig ontbijtpappeke trekken we de bergen in, op weg naar de Sanctuary gletsjer. Heel wat hoogtemeters en prachtige uitzichten later bereiken we ‘onze’ berg vanwaar we een zicht hebben over de uitgestrekte toendra. Met een duidelijke zichtbaarheid over 360° kunnen we eindelijk van de stilte genieten. In de verte merken we een grizzly op en volgen het beest met de verrekijker en de kodak. Nadat hij een tijdlang besjes heeft gegeten, en op zijn poep gaat zitten, schiet hij plots uit en zien we een kariboe verschrikt wegrennen. Even gaat ons hart sneller slaan wanneer de kariboe onze berg oploopt, maar de beer moet zijn snelle prooi laten schieten. Overdonderend van onze ‘National Geographic Live’-ervaring trekken we verder naar de gletsjer.