Vertrek niet of pas je programma aan bij slecht weer. Zelfs in de zomer vind je sneeuw vanaf zo’n 2.500 m hoogte. Bovendien mis je op een bewolkte dag de mooie uitzichten.
Ga altijd op stap met de juiste kledij en proviand.
Breng iemand op de hoogte van je vertrek wanneer je verwacht terug te zijn.
Een vermoeide wandelaar wordt minder aandachtig. De meeste ongelukken gebeuren op het einde van de dag tijdens de afdaling. Durf voortijdig om te keren, je route aan te passen of hulp te vragen.
Informeer je grondig over hoogteziekte.
Ze kunnen vallen op lager lopende wandelaars of zelfs een steenlawine veroorzaken.
Beschouw dat niet als een nederlaag, maar als gezonde en noodzakelijke voorzichtigheid. Tijdsgebrek, vermoeidheid, weersveranderingen of veiligheidsproblemen kunnen een aftocht noodzakelijk maken.
Denk aan de uitdrukking: op de top ben je ... halfweg! Kijk bij het stijgen ook eens achter je. De terugweg ziet er dan meer vertrouwd uit.
Zorg ervoor dat je markeringen onderweg begrijpt. Negeer ze niet.
Je kan op gevaarlijke stukken komen én je vergroot de impact op de natuur. Er is een reden waarom een pad loopt zoals het loopt: meestal is dat de makkelijkste en veiligste weg!
Plekken waar regelmatig stenen vallen, herken je aan
Sneeuwlawines kunnen ook terechtkomen in sneeuwvrije zones: let op grote kale stroken in de begroeiing en blik tijdens je tocht regelmatig vooruit naar de situatie boven je pad.
Drink regelmatig, eet af en toe een snack en zorg voor een stevige picknick.
Bron: A.S.Magazine 2, mei 2008.