print
Do’s & don’ts in de bergen

Do’s & don’ts in de bergen

Voor je vertrek

1. Raadpleeg de weersverwachtingen

Vertrek niet of pas je programma aan bij slecht weer. Zelfs in de zomer vind je sneeuw vanaf zo’n 2.500 m hoogte. Bovendien mis je op een bewolkte dag de mooie uitzichten.

2. Zorg voor een goede uitrusting

Ga altijd op stap met de juiste kledij en proviand.

3. Verwittig iemand

Breng iemand op de hoogte van je vertrek wanneer je verwacht terug te zijn.

4. Plan je route

  • Zorg voor een goede voorbereiding
  • Praat met mensen die het gebied kennen
  • Zorg altijd voor een topografische kaart
  • Zoek eventuele alternatieve routes, berghutten of noodnummers.
  • Een route kan meer tijd in beslag nemen dan staat aangegeven. Begin daarom niet te laat aan je wandeling.

5. Ken jezelf

  • Maak een programma op maat van de zwakste deelnemer.
  • Overschat je kennis en ervaring niet.
  • Vermijd gevaarlijke routes.
  • Paden over gletsjers betreed je enkel met een ervaren gids.

6. Werk vooraf aan je conditie

Een vermoeide wandelaar wordt minder aandachtig. De meeste ongelukken gebeuren op het einde van de dag tijdens de afdaling. Durf voortijdig om te keren, je route aan te passen of hulp te vragen.

7. Ga je hoger dan 2.500 meter?

Informeer je grondig over hoogteziekte.

Tijdens de tocht

1. Schop geen stenen weg.

Ze kunnen vallen op lager lopende wandelaars of zelfs een steenlawine veroorzaken.

2. Keer op tijd terug!

Beschouw dat niet als een nederlaag, maar als gezonde en noodzakelijke voorzichtigheid. Tijdsgebrek, vermoeidheid, weersveranderingen of veiligheidsproblemen kunnen een aftocht noodzakelijk maken.

3. Onderschat de terugtocht niet

Denk aan de uitdrukking: op de top ben je ... halfweg! Kijk bij het stijgen ook eens achter je. De terugweg ziet er dan meer vertrouwd uit.

4. Verzamel informatie

Zorg ervoor dat je markeringen onderweg begrijpt. Negeer ze niet.

5. Ga niet van de paden af

Je kan op gevaarlijke stukken komen én je vergroot de impact op de natuur. Er is een reden waarom een pad loopt zoals het loopt: meestal is dat de makkelijkste en veiligste weg!

6. Let op de signalen van de natuur

Plekken waar regelmatig stenen vallen, herken je aan

  • de ‘littekens’ op de rotswanden
  • veel fijn rotsstof op het pad

Sneeuwlawines kunnen ook terechtkomen in sneeuwvrije zones: let op grote kale stroken in de begroeiing en blik tijdens je tocht regelmatig vooruit naar de situatie boven je pad.

7. Wees altijd alert:

  • Wees aandachtig voor gevaarlijke passages
  • Probeer altijd te weten waar je bent
  • Let op signalen van mogelijke weersveranderingen
  • Let op je uitrusting en op de toestand van de andere deelnemers.

8. Vul je brandstof aan

Drink regelmatig, eet af en toe een snack en zorg voor een stevige picknick.

Bron: A.S.Magazine 2, mei 2008.