Er bestaan vier grote families: zomertenten, 3-seizoenstenten, 4-seizoenstenten of 4-seizoenstenten expeditie. De zomertenten vormen de goedkoopste categorie. Eigenlijk gebruik je deze tenten best alleen bij goede weersomstandigheden. Een 3-seizoenstent is meer gemaakt op maat van het typische Belgische weer. Deze tent kan veel beter tegen regen, isoleert, is stormvaster en heeft een waterafstotende binnentent. Niet toevallig vormt deze categorie in ons land het grootste marktsegment.
De 4-seizoenstent past bij wintertrekkers die houden van het Hoge Noorden of bij wereldreizigers vanwege het duurzame tentzeil. Deze tent is, wegens de condensatie, niet geschikt voor zomerse omstandigheden. De laatste categorie - de 4-seizoenstent expeditie - heb je enkel nodig als je op avontuur naar de Himalaya of Antarctica trekt.
De verschillende soorten tenten kan je kopen in alle maten, vormen en gewichten.
Koepeltenten hebben de vorm van een iglo waardoor ze op zichzelf kunnen staan. Dankzij hun specifieke constructie kan je ze gewoon oppakken en enkele meters verder neerplanten. De tentstokken kunnen zich zowel aan de buiten- als aan de binnenkant van de tent bevinden.
Een koepeltent is vooral aan te raden bij een slechte en onstabiele ondergrond. Doordat de constructie zichzelf aanspant, heb je naast het grondoppervlakte geen extra ruimte nodig om de tent strak te zetten met scheerlijnen. Een scheerlijn is een touw waarmee een tent(stok) in positie gehouden wordt. Een koepeltent is stormvaster en kan grotere hoeveelheden sneeuw dragen als ze geodetisch is. (Bij een geodetische tent kruisen meerdere tentstokken elkaar op zoveel mogelijk plaatsen.)
Een tunneltent staat veel sneller recht dan een koepeltent. Je moet de tent bij het opzetten strak zetten door het opspannen van de scheerlijnen. Een tunneltent is dan ook niet echt geschikt voor een klimmer die op een klein rotsplateautje de nacht wil doorbrengen.
De binnentent hangt bij een doorsnee tunneltent vast aan de buitentent. Hierdoor blijft de binnentent droog als je de tent bij regenweer opzet of afbreekt. In verhouding tot het gewicht biedt een tunneltent een grotere leefruimte. Anderzijds is ze minder waterdicht en stormvast dan een koepeltent.
Afhankelijk van de kwaliteit van de tent, kan het tentzeil met verschillende stoffen geweven zijn. De goedkoopste mogelijkheid is polyester. Deze stof heeft, in vergelijking met de andere stoffen, de kortste levensduur. De stof wordt waterdicht gemaakt door een bedekkende laag of coating. Als die coating van polyurethaan is, zal het zeil bij intensief gebruik sneller uitdrogen en dus makkelijk scheuren.
Een volgende stofsoort is nylon of de combinatie nylon – polyester. Deze stoffen hebben meer rek- en trekkracht. Dan blijft, ook bij intensief gebruik, het tentzeil soepeler, wat de tent geschikt maakt voor langdurige wereldreizen. Bij zware belasting, zoals stormwind of sneeuw, zal de stof krimpen en uitzetten, maar niet scheuren. In het ideale geval zijn deze stoffen waterdicht gemaakt met een siliconenimpregnatie. In plaats van een oppervlakkige deklaag zoals bij een coating, heeft het tentzeil bij een impregnatie de waterbestendige stof volledig geabsorbeerd.
Een derde stofsoort is katoen. Dat soort tentzeil vind je enkel nog terug bij grote familietenten. Dankzij het groot ademend vermogen van de stof vermijd je condensatie. De nadelen zijn wel dat het zeil traag droogt en de tent meer weegt. Technisch katoen – een mix van katoen en polyester – combineert het absorberend vermogen van katoen met de sneldrogende eigenschap van ‘lichtgewicht’ polyester.
Een tent staat of valt met een goede opstelling. De belangrijkste regel is dat je alle voorziene scheerlijnen strak moet zetten. Na een lange en vermoeiende dagtocht is de verleiding vaak groot om enkel de vier hoekpiketten in de grond te slaan. Dat blijft niet ongestraft: bij een storm zal je tent het snel begeven.
Bij het aanspannen en in de grond vastzetten van de lijnen is het belangrijk om de richting van de stikselnaden van het tentzeil te volgen. Afhankelijk van het weer - nat of droog - regel je best regelmatig de spanning van je tent bij.
De waterdichtheid van een tent wordt uitgedrukt in millimeter waterkolom. Een waterkolom van 1.000 mm betekent dat één vierkante centimeter tentzeil de druk van 1 liter water kan weerstaan zonder door te sijpelen. Voor een buitentent is de Europese minimumnorm 1.500 mm. Een beetje kwalitatief tentzeil kan al snel 3.000 mm aan. Voor een grondzeil bedraagt de minimum waterkolom 3.000 mm. Best kies je voor een grondzeil vanaf 5.000 mm waterdichtheid. Deze cijfers vind je normaal gezien terug op elke technische beschrijving van een tent.
Het ideale maximumgewicht van een tent hangt volledig af van het toekomstige gebruik. Voor wie gezellig met de auto naar een camping rijdt en daar de familietent opstelt, mag het zonder probleem een kilootje meer zijn. Anders is het gesteld met de alpinist die een berg wil beklimmen. Een trekker die per dag 20 à 30 kilometer te voet aflegt, zorgt dat zijn tent tussen de 2,5 à 3,5 kilogram weegt. Dat gewicht verdeel je dan nog best over twee rugzakken. Wie met de fiets rondreist, kan zonder problemen een tent meenemen van 3 à 4 kilo.
Het type tent dat je nodig hebt, wordt bepaald door het gebruik. Wie zijn tent enkel in de zomer van onder het stof haalt voor een muziekfestival, koopt best een goedkope zomertent. Deze tent is dan wel niet aan te raden voor bijvoorbeeld een drieweekse rondreis door Schotland. Wereldreizigers die hun tent voor een lange periode intensief gebruiken, zoeken hun gading in het betere gamma van de 3-seizoenstenten. Klimmers, alpinisten en wintertrekkers hebben dan weer nood aan het isolerende vermogen van de 4-seizoenstenten.
Daarnaast moet je altijd de afweging maken tussen comfort en gewicht. Des te groter je de binnenruimte wil, des te meer gewicht je zal moeten meezeulen.
Een tweepersoonstent in de goede middenklasse van de 3-seizoenstenten, kost 200 à 300 euro. In 80 procent van de gevallen voldoet deze tent aan de vereisten van je trekkersvakantie. Op voorwaarde van een degelijk onderhoud ben je - aan een gemiddelde jaarlijkse trektocht van vier weken - met deze tent voor minstens 8 à 9 jaar gesteld. Wie op wereldreis vertrekt, kiest best voor het duurdere segment.
De prijs van een tent wordt bepaald door tal van zaken: de stofkeuze van het tentzeil, de graad van afwerking van de naden, het materiaal van de stokken, de weefseldichtheid van de stof, het stiksel, de gebruikte draden, … De prijs van een standaardtent voor twee personen varieert tussen 40 en 800 euro. De kwaliteit van de tent – uitgedrukt in duurzaamheid, stormvastheid, waterdichtheid … - varieert net zo sterk als het prijskaartje.
Bron: A.S.Magazine 2, mei 2008.